rijke Ennius, met zijn slaven, inkopen doen voor orgie
425.2
Maria Valtorta:
'Een Romein, voorafgegaan door een dozijn slaven beladen met zakken en bundels, botst met twee anderen van zijn stand. Wederzijdse begroetingen.
"Gegroet, Ennius!"
"Gegroet, Florus Tullius Cornelius!
Gegroet, Marcus Heracleus Flavius!"
"Wanneer ben jij teruggekeerd?"
"Uitgeput, eergisteren bij zonsopgang."
"Jij vermoeid? Wanneer zweet jij ooit?"
spot de jonge man, Florus genaamd.
"Spot niet, Florus Tullius Cornelius.
Ook nu zweet ik voor mijn vrienden!"
"Voor je vrienden? Wij hebben jou niet gevraagd om te zwoegen,"
werpt de andere, oudere, Marcus Heracleus Flavius genaamd, tegen.
"Maar mijn liefde denkt aan jullie! O wreedaards die mij bespotten!
Zien jullie deze stoet slaven beladen met lasten niet?
Anderen gingen hen voor, met andere lasten.
En allemaal voor jullie. Om jullie te eren!"
"Is dit dan jouw taak? Een banket?"
"En waarom?" roepen de twee vrienden luid.
"Ssst! Wat een herrie onder edele patriciërs!
Je lijkt wel het gepeupel van dit land, waar we ons kapot werken aan..."
"Orgieën en ledigheid! Wat doen wij anders?
Ik vraag me nog steeds af: waarom zijn we hier?
Welke taken hebben we hier?"
"Sterven van verveling is er één!"
"Deze treurige mensen leren hoe te leven, is een andere!"
"En... Rome zaaien in de heilige bassins van Joodse vrouwen, is er nog een!"
"En genieten, hier net als elders, van onze rijkdom en onze macht,
waaraan alles is toegestaan, is er nog een!"
De drie wisselen elkaar af alsof ze een litanie zingen,
en ze lachen.'
Reacties
Een reactie posten