Judas, fel tegensputterend, moet Esthers zoon ophalen
445.15
Maria Valtorta:
'"Judas van Simon, neem Jozef mee en ga naar Nazareth!
Breng Samuel voor mij naar Kafarnaüm!"
"Ik? Waarom ik?"
"Omdat jij niet moe bent. De anderen wel. Zij hebben lang gelopen, terwijl jij rustte..."
"Ik heb ook gelopen. Ik was in Nazareth naar Jou op zoek. Je moeder kan Je dat vertellen."
"Je reisgenoten zijn elke zaterdag in Nazareth geweest, en komen nu terug van een lange reis.
Ga en maak geen ruzie!..."
"Het is alleen dat...
Ze houden niet van mij in Nazareth... Waarom stuur Je mij?"
"Ze houden ook niet van Mij, en toch ga Ik naar Nazareth.
Je hoeft niet geliefd te zijn om ergens heen te gaan.
Ga en maak geen ruzie, Ik herhaal het nog eens!"
"Meester... ik ben bang voor waanzinnigen..."
"Die man is overmand door wroeging, maar hij is niet waanzinnig!"
"Je moeder zei dat..."
"En Ik zeg jou voor de derde keer: ga en maak geen ruzie!
Het kan jou alleen maar goed doen, om na te denken,
over wat het kan betekenen als je een moeder laat lijden..."
"Vergelijk Jij mij met Samuel?
Mijn moeder is koningin in haar eigen huis.
Ik ben niet eens in haar buurt om haar te controleren,
en haar met mijn onderhoud op te zadelen..."
"Zulke dingen wegen niet zwaar op moeders.
Maar het gebrek aan liefde van hun kinderen,
hun onvolmaaktheid in de ogen van God en de mensen,
is een verpletterende last.
Gá, zeg Ik je!"
"Ik ga! En wat moet ik tegen die man zeggen?
"Laat hem naar Kafarnaüm komen, naar Mij!"
"Als hij zelfs zijn eigen moeder nooit gehoorzaamde,
wil Jij dan dat hij mij nu wel gehoorzaamt, nu hij zo wanhopig is?"
"En heb jij dan nog steeds niet begrepen dat als Ik jou stuur,
dat een teken is dat Ik al aan Samuels geest heb gewerkt
en hem uít de waan van wanhopig berouw heb gehaald?"
"Ik ga!
Vaarwel, Meester.
Vaarwel, Moeder. Vaarwel, vrienden."
En hij vertrekt, allesbehalve enthousiast,
gevolgd door Jozef, die daarentegen dolblij is
dat hij voor deze missie is uitgekozen.'
Reacties
Een reactie posten