Voorzienigheid bestaat, rijken zijn er díenaren van
453.4
Maria Valtorta:
'Jullie vertelden Mij
dat je in de Allerhoogste Heer gelooft en de Wet naleeft,
dat je de Profeten en de boeken der Wijsheid kent.
Jullie vertelde Mij dat jullie in Mij geloven
en verlangen naar Mijn leer...
Maar dan moeten jullie je hart goed maken,
want God is Liefde en schrijft liefde voor, want de Wet is Liefde,
want de Profeten en de boeken der Wijsheid bevelen Liefde aan,
en Mijn leer is een leer van Liefde.
Offers en gebeden zijn tevergeefs
als hun fundament en altaar niet de Liefde voor de naaste zijn,
vooral voor de armen en behoeftigen,
aan wie je alle vormen van liefde kunt geven
met brood, een bed, kleding,
met troost en onderwijs,
met hen tot God te leiden.
Armoede, door de vernedering, zorgt ervoor
dat de geest dat geloof in de Voorzienigheid verliest
dat heilzaam is om de beproevingen van het leven te doorstaan.
Hoe kun je van de armen verwachten dat ze altijd goed, geduldig en vroom zijn,
wanneer ze zien dat zij die de begunstigden van het leven zijn,
en derhalve, naar de gangbare opvatting, van de Voorzienigheid,
hardvochtigen zijn, zonder ware religie
—want hun religie mist het allerbelangrijkste: liefde—
zonder geduld...
en dat zij die alles hebben,
zelfs niet de smeekbeden kunnen verdragen
van hen die honger hebben?
Verwensen ze God en jullie wel eens?
Maar wie leidt hen tot deze zonde?
Overwegen jullie nooit, rijke burgers van een rijke stad,
dat jullie een grote plicht hebben: de behoeftigen tot wijsheid te onderwijzen
door jullie manier van handelen?
Ik heb wel eens horen zeggen:
'Wij zouden allemaal graag Uw discipelen zijn om U te prediken'...
Tegen hen allen zeg Ik: welnu, dat kunnen jullie!
Zij die schuchter komen, beschaamd in hun gescheurde kleren,
met hun vermoeide gezichten, dat zijn degenen die wachten op het Goede Nieuws,
het Nieuws dat bovenal voor de armen gegeven is,
opdat zij bovennatuurlijke troost mogen ontvangen
in de hoop op een heerlijk leven na de realiteit
van hun huidige, droevige bestaan.
Jullie kunnen deze leer van Mij in praktijk brengen,
met minder materiële inspanning, maar met grotere geestelijke inspanning,
want rijkdom is gevaarlijk voor heiligheid en gerechtigheid.
Je kun het met allerlei soorten inspanningen doen.
Gebrek aan brood, onvoldoende kleding, geen dak boven hun hoofd,
zetten deze mensen ertoe aan zich af te vragen: 'Hoe kan ik geloven
dat God mijn Vader is, als ik niet heb wat de vogels in de lucht hebben?'
Hoe kunnen de moeilijkheden van hun naasten
deze mensen doen geloven dat we elkaar als broeders moeten liefhebben?
Jullie hebben de plicht hen te verzekeren dat God ook hun Vader is,
en dat jullie hun broeders zijn, door je actieve liefde.
De Voorzienigheid bestaat,
en jullie zijn er de dienaren van, jullie, de rijken van de wereld.
Beschouw dit als de grootste eer die God jullie schenkt
en als de enige manier om de rijkdommen te heiligen
die gevaarlijk zijn."'
Reacties
Een reactie posten