maria hemelvaart 18
650.4
M. Valtorta:
'En hij aanschouwt.
Hij ziet Maria's lichaam,
nog steeds levenloos en in alle opzichten als dat van een slapende,
steeds hoger opstijgen, gedragen door de engelen.
Als een laatste afscheid wappert een hoek van de mantel en de sluier, misschien door de wind die is ontstaan door de snelle hemelvaart en de beweging van de engelenvleugels.
En de bloemen, die Johannes rond Maria's lichaam had geschikt en vernieuwd, en die zeker in de plooien van haar kleren waren achtergebleven, regenen neer op het terras en de grond van Getsemane, terwijl het krachtige hosanna van de engelen steeds verder weg en daardoor zwakker wordt.
Johannes blijft staren naar dat lichaam dat opstijgt naar de hemel, en - ongetwijfeld door een wonder dat God hem heeft geschonken, om hem te troosten en te belonen voor zijn liefde voor z'n adoptiemoeder - ziet duidelijk dat Maria, nu gehuld in de stralen van de opkomende zon, ontwaakt uit de extase die haar ziel van haar lichaam scheidde, weer tot leven komt, en opstaat, want nu geniet ook zij van de gaven die eigen zijn aan reeds verheerlijkte lichamen.
Johannes kijkt en kijkt.
Het wonder dat God hem schenkt, stelt hem in staat, tegen alle natuurwetten in, Maria te zien zoals ze nu is, snel opstijgend naar de hemel, omringd, maar niet langer bijgestaan door de hosanna-engelen.
En Johannes is betoverd door dat visioen van schoonheid, dat geen menselijke pen, geen menselijk woord, noch het werk van een kunstenaar ooit kan beschrijven of weergeven, want het is van een onbeschrijflijke schoonheid.
Johannes, nog steeds leunend tegen de terrasmuur,
blijft staren naar die schitterende en stralende gestalte van God
– want van Maria kan werkelijk gezegd worden dat zij zo is,
op een unieke manier door God gevormd,
die haar onbevlekt wilde hebben,
om de gedaante/gestalte te zijn
van het vleesgeworden Woord –
die steeds hoger oprijst.
En één laatste, opperste wonder
schenkt Gods Liefde aan deze volmaakte geliefde van Hem:
het aanschouwen van de ontmoeting van de Allerheiligste Moeder
met haar Allerheiligste Zoon.
Die, eveneens schitterend en stralend,
prachtig met een onbeschrijflijke schoonheid,
snel uit de hemel neerdaalt, Zijn Moeder bereikt,
haar tegen Zijn hart drukt, en samen, stralender dan twee grote sterren,
met haar terugkeert naar waar Hij vandaan kwam.'
Reacties
Een reactie posten