maria hemelvaart 1

DCXLIX

ZALIG HEENGAAN VAN DE H. MAAGD MARIA

649.1-2

Maria Valtorta:

'Maria, in haar eigen kamer, hoog op het terras,

geheel gekleed in wit linnen – het gewaad dat haar ledematen bedekt, de mantel die, vastgebonden aan de rand van haar nek, over haar schouders valt, en de zeer fijne sluier die van haar hoofd valt – sorteert haar eigen kledingstukken en die van Jezus, die ze altijd bewaard heeft. Ze kiest de beste uit. En het zijn er maar weinig.

Van haar eigen kledingstukken neemt ze het gewaad en de mantel die ze op Golgotha ​​droeg. Van die van haar Zoon een linnen gewaad dat Jezus in de zomer placht te dragen, en de mantel die in Getsemane gevonden werd, nog steeds bevlekt met het bloed dat vloeide uit het bloedige zweet van dat verschrikkelijke uur.

Nadat ze de kledingstukken zorgvuldig heeft opgevouwen en de bebloede mantel van haar Jezus heeft gekust, gaat ze naar de kist waar de relikwieën van het Laatste Avondmaal en het lijden al jaren bewaard worden. Ze verzamelt die allemaal op één plank, de bovenste, en legt alle kledingstukken op de onderste.



Ze is bezig de kist te sluiten

wanneer Johannes, die stilletjes het terras is opgeklommen

—en buiten was gaan kijken om te zien wat Maria aan het doen was, 

misschien geschrokken door haar lange afwezigheid uit de keuken,

waarin ze vast de ochtenduren had doorgebracht—

haar zich plots doet omdraaien met zijn vraag:

"Wat doe je, Moeder?"


"Ik heb alles opgeborgen wat de moeite waard is om te bewaren. 

Alle herinneringen... Alles getuigt van Zijn oneindige liefde en pijn/lijden."


"Waarom, o Moeder, heropen je de wonden van jouw hart

door die droevige dingen opnieuw te zien? 

Je bent bleek en je hand trilt... 

Dus je lijdt als je ze ziet,'

zegt Johannes, 

terwijl hij dichterbij komt, 

alsof hij vreest dat ze, zo bleek en trillend als ze is, 

zich onwel zal voelen en op de grond zal vallen.


"O! Dat is niet waarom ik bleek ben en tril. 

Het is niet omdat mijn wonden weer opengaan... 

Die zijn in feite nooit helemaal genezen. 

Maar vrede en vreugde zijn in mij, 

en nooit zijn ze zo compleet geweest als nu."


"Nooit zo compleet als nu? Ik begrijp het niet...

De aanblik van die dingen, vol afschuwelijke herinneringen, 

wekt in mij de angst van die uren weer op. 

En ik ben slechts Zijn discipel. 

Jij bent Zijn Moeder..."


"En als zodanig zou ik meer moeten lijden, bedoel je.

En menselijkerwijs gesproken heb je gelijk. 

Maar zo is het niet."'


21 nov.1951

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken