op weg naar Elizabeth 2
20.2
Maria Valtorta:
´Ze stijgen weer op de ezels
en Jozef vergezelt Maria tot bij de Poort
(niet degene waardoor ze zijn binnengekomen, een andere)
en daar nemen ze afscheid.
En Maria gaat alleen verder, met de oude man,
die evenveel spreekt als Jozef niet sprak
en in duizenden dingen geïnteresseerd is.
Maria reageert geduldig.
Nu heeft zij, op de voorkant van haar zadel, het koffertje
dat de ezel van Jozef tot nu toe altijd droeg,
en ze heeft niet langer de grote mantel.
Ze heeft niet eens meer haar sjaal,
die om de koffer is gevouwen...
En ze is helemaal mooi, in haar donkerblauwe jurk!
En met de witte sluier, die haar tegen de zon beschermt.
Wat is ze mooi!
De oude man moet een beetje doof zijn,
want om gehoord te worden, moet Maria heel luid spreken.
Zij die altijd met zachte stem spreekt.
Maar hij is moe, nu.
Hij heeft zijn hele repertoire aan vragen en nieuwtjes uitgeput
en dommelt in het zadel, zich leiden latend door de ezel,
die de weg goed kent.
Maria maakt van dit uitstel gebruik
om in gedachten bij zichzelf te komen en te bidden.
Het moet een gebed zijn dat ze met zachte stem zingt,
kijkend naar de blauwe hemel, haar armen op haar schoot.
Met een gezicht dat een innerlijke emotie...
gloeiend en gelukzalig maakt.
Ik zie niets anders meer.´
Reacties
Een reactie posten