maria hemelvaart 2
649.3-4
Maria Valtorta:
'"Ik ben gewend de pijn van de scheiding van Hem te verdragen.
Altijd pijn, want Zijn aanwezigheid en nabijheid waren mijn hemel op aarde.
Maar ook altijd gewillig en sereen verdragen, omdat elke daad van Hem door Zijn Vader gewenst was, gehoorzaamheid aan de Goddelijke Wil was, en daarom aanvaardde ik het, omdat ook ik altijd Gods wensen en plannen voor mij heb gehoorzaamd.
Wanneer Jezus mij verliet, leed ik.
Zeker wel. Ik voelde mij alleen.
Mijn pijn toen Hij, als kind, me in het geheim verliet
vanwege het dispuut met de tempelgeleerden,
heeft alleen God in zijn ware intensiteit kunnen meten.
Maar toch, afgezien van de terechte vraag die ik, als moeder, Hem stelde
- waarom Hij mij zo verliet - zei ik niets anders.
En evenzo hield ik Hem niet tegen,
toen Hij mij verliet om de Meester te worden...
en ik was al weduwe van mijn man, en dus alleen,
in een stad die, op een paar mensen na, niet van mij hield.
En toonde ik geen verbazing over Zijn antwoord tijdens het feestmaal te Kana.
Hij deed de wil van de Vader, ik liet Hem vrij om dat te doen.
Ik kon komen tot een advies of tot een gebed/smeekbede.
Advies m.b.t. de discipelen, gebed voor een ongelukkige.
Maar meer dan dat, nee.
Ik leed toen Hij mij verliet om de wereld in te gaan,
vijandig tegenover Hem en zo zondig,
dat het leven daarin, voor Hem, lijden was.
Maar wat een vreugde toen Hij naar mij terugkeerde!
Dat was zo diepgaand
dat het de pijn van de scheiding zevenenzeventig keer compenseerde.
De pijn van de scheiding na Zijn dood was ondraaglijk,
maar met welke woorden zou ik de vreugde kunnen beschrijven
die ik voelde toen Hij in verrezen vorm aan mij verscheen?
De pijn van de scheiding was immens
- en zou niet eindigen totdat mijn aardse leven zou zijn voltooid -
door Zijn Hemelvaart naar de Vader.
Nu ben ik in vreugde,
immense vreugde, zo immens als de pijn was,
omdat ik voel dat mijn leven vervuld/voltooid is.
Ik heb gedaan wat ik moest doen.
Ik heb mijn aardse missie volbracht.
De andere, de hemelse, zal zonder einde zijn.
God heeft mij op aarde gelaten totdat ook ik, net als mijn Jezus, alles heb volbracht wat ik moest volbrengen. En ik draag in mij diezelfde geheime vreugde, de enige druppel balsem in zijn bitterste laatste kwellingen, die Jezus had toen Hij kon zeggen: 'Het is volbracht!'"
"Vreugde in Jezus? In dat uur?"
"Ja, Johannes! Een vreugde die voor mensen onbegrijpelijk is.
Maar begrijpelijk voor geesten die al leven in het Licht van God
en die de diepe dingen zien die verborgen liggen onder de sluiers
die de Eeuwige over Zijn geheimen als Koning spreidt,
door de Genade van dat Licht.
Ik, zo gekweld, geschokt door die gebeurtenissen toen,
verbonden met Hem, met mijn Zoon, in de verlatenheid van de Vader,
begreep het toen niet.
Het Licht was in dat uur voor de hele wereld gedoofd,
voor de hele wereld die het had geweigerd te verwelkomen.
En ook voor mij.
Niet als een rechtvaardige/terechte straf,
maar omdat ik, als Medeverlosseres, ook de pijn moest lijden
van het verlaten zijn van de goddelijke troost, de duisternis, de verlatenheid,
Satans verleiding mij niet langer te laten geloven dat wat Hij had gezegd mogelijk was,
alles wat ook Híj in de geest leed, van donderdag tot vrijdag.
Maar later begreep ik het.
Toen het Licht, voor eeuwig opgestaan, aan mij verscheen, begreep ik het.
Alles. Zelfs de geheime, intense vreugde van Christus, toen Hij kon zeggen:
'Ik heb alles volbracht wat de Vader van Mij verlangde.
Ik heb de maat van de goddelijke liefde vervuld,
de Vader liefgehad tot het punt van het offeren van Mezelf,
heb de mensen liefgehad tot het punt dat Ik ben gestorven voor hen.
Ik heb alles volbracht wat Ik moest doen.
Ik sterf tevreden in mijn geest,
hoewel verscheurd in mijn onschuldige lichaam."
Ook ik heb alles volbracht wat ik van eeuwigheid af moest volbrengen.
Van het voortbrengen van de Verlosser tot de hulp aan jullie, Zijn priesters,
opdat jullie volmaakt gevormd zouden worden."'
Reacties
Een reactie posten