Aglaë zal nu, met haar wil, het vlees volledig doden
200.4
Maria Valtorta:
'"Maar nu... Wat moet ik nu doen, vertel me, mijn Redder...
wat moet ik doen om het eeuwige leven te verkrijgen?
Een man wordt al verdorven door alleen nog maar naar mij te kijken...
Ik kan niet leven met de constante angst om ontdekt en verleid te worden...
Op deze reis beefde ik bij elke mannelijke blik...
Ik wil niet langer zondigen, of anderen tot zonde aanzetten.
Geef me het pad om te volgen. Wat het ook mag zijn, ik zal het volgen.
U ziet dat ik sterk ben, ook in moeilijke tijden...
En zelfs als ik door te veel ontbering de dood tegenkom, ben ik niet bang.
Ik zal hem 'mijn vriend' noemen, omdat hij mok voor altijd zal bevrijden
van de gevaren van de aarde. Spreek, mijn Redder!"
"Ga naar een verlaten plaats."
"Waarheen, Heer?"
"Waarheen je wil. Waarheen jouw geest je brengen zal."
"Zal mijn pas gevormde geest tot zoveel in staat zijn?"
"Ja, want God leidt je."
"En wie zal mij nog over God spreken?"
"Je herrezen ziel, voor nu..."
"Zal ik U ooit nog zien?"
"Nooit meer op aarde.
Maar weldra zal Ik je volledig verlost hebben,
en dan zal Ik in je geest komen, om je voor te bereiden op je hemelvaart naar God."
"Hoe zal mijn volledige verlossing tot stand komen, als ik U niet meer zie?
Hoé zult U die aan mij geven?..."
"Door te sterven voor alle zondaars."
"O! nee! Niet U, die sterft!"
"Om jou het Leven te geven, moet Ik mezelf de dood geven.
Hiervoor ben Ik in menselijke vorm gekomen.
Huil niet... Jij zult je spoedig bij Mij voegen
waar Ik zal zijn na Mijn offer, en het jouwe."
"Het mijne, Heer?
Zal ook ik sterven voor U?"
"Ja. Maar op een andere manier.
Jouw vlees zal, uur na uur, en door jouw wil, sterven.
Het sterft al bijna een jaar. Als het helemaal dood is, zal Ik je roepen."
"Zal ik de kracht hebben om mijn schuldige vlees te vernietigen?"
"In de eenzaamheid waar je zult zijn, en waar Satan je zal aanvallen
- met boos geweld naarmate je meer en meer van de hemel wordt -,
zul je een van mijn apostelen vinden, ooit een zondaar...
en daarna verlost [Mattheüs?...]."
"Dus niet de gezegende die tot mij over U sprak [Andreas]?
Die is te eerlijk om een zondaar te zijn geweest..."
"Niet die, nee. Een andere. Hij zal op het juiste moment bij je komen.
Hij zal je vertellen wat je nu nog niet kunt weten. Ga in vrede.
Gods zegen zij met je."'
Reacties
Een reactie posten