Petrus corrigeert Judas: even apart lopen, jij


410.2

Maria Valtorta:

'Maar Petrus is zijn geduld kwijt

en zegt met knarsende tanden en gebalde vuisten:

"Luister, jongen. Eén ding is goed om tegen jou te zeggen: 

ga even apart zitten..."


"Ik? Apart zitten? Op jouw bevel?

Alleen de Meester kan mij bevelen, en ik gehoorzaam Hem alleen.

Wie ben jij? Een arme..."


"Visser, onwetend, onbeschaafd, nietsnut...

Je hebt gelijk...Dat zeg ik liever tegen mezelf dan dat jij het zegt.

En voor onze alomtegenwoordige en alziende Jehovah getuig ik,

dat ik liever de laatste dan de eerste zou zijn.

Getuig ik dat ik jou, ieder ander, liever in mijn positie zou zien,

maar jou meer dan wie ook, opdat je bevrijd zou worden van het monster van jaloezie 

dat je onrechtvaardig maakt,

en alleen nog maar jou zou moeten gehoorzamen, 

jou gehoorzamen, mijn jongen...


En geloof me, dat het mij minder moeite zou kosten

dan met jou te moeten praten als... eerste.

Maar Hij, de Meester, heeft mij 'eerste' onder jullie gemaakt...

En ik moet allereerst Hem gehoorzamen, en Hem meer dan wie dan ook...

En jij moet Hem gehoorzamen.

En met mijn goede vissersverstand zeg ik jou niet om je af te scheiden,

zoals jij, het vuur zoekend in de meest verse woorden, hebt begrepen, 

maar neem even afstand, wees even alleen, denk na...

Liep jij niet ook aan het eind van iedereen, van Bether tot het dal?

Doe nu hetzelfde... De Meester voorop... jij aan het einde... 

In het midden wij... de nietsnutten...

Het is niet meer dan wat alleen zijn,

om te begrijpen en tot rust te komen...

Luister... Het is beter voor iedereen,

voor jou op de eerste plaats..."


En hij pakt hem bij de arm,

en trekt hem weg van de groep, zeggende:

"Daar, blijf daar terwijl we de Meester naderen.

En dan... kom dan langzaam langzaam naar voren...

en je zult zien... de storm zal voorbijgaan."


En hij laat hem alleen achter

en voegt zich bij zijn metgezellen

die al een paar meter verderop zijn.'


5 april 1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken