Petrus, vaderlijk, beschermt Ermasteüs en anderen - vaart hárd uit tegen Judas
255.4
Maria Valtorta:
"O, maar als ik hem kwaad moet doen, trek ik me terug!" zegt Ermasteüs, zichtbaar gekwetst. "Ik was gekomen met het idee Hem te eren en het juiste te doen."
"Je zou Hem pijn doen door om deze reden weg te gaan!" antwoordt Jacobus van Alfeüs.
"Ik zal de indruk wekken dat ik van gedachten ben veranderd. Ik zal nu afscheid van Hem nemen en... ik ga weg."
"Nee, zeker niet! Jij gaat niet weg. Het is niet goed dat de Meester een goede leerling verliest vanwege de onrust van anderen!" snauwt Petrus.
"Maar als hij om zo'n kleinigheid weg wil, is dat een teken dat hij niet zeker is van zijn wil. Laat hem dan maar gaan!" antwoordt Iskariot.
Petrus verliest zijn geduld:
"Ik heb Hem beloofd, toen Hij me Margziam gaf, om voor iedereen een vaderfiguur te worden, en het spijt me dat ik die belofte heb gebroken. Maar jij breng het me terug. Ermasteüs is hier, en hier zal hij blijven!... Weet je wat ik jou moet zeggen? Dat jij degene bent die de wil van anderen verstoort en hen onzeker maakt. Jij bent degene die scheidt en ontwricht. Dat ben jij. En schaam je!"
"En wie ben jij? De beschermer van..."
"Ja, meneer! Dat heb je goed gezegd. Ik weet wat jij wil zeggen. De beschermer van de Gesluierde, de beschermer van Johannes van Endor, de beschermer van Ermasteüs, de beschermer van die slavin, de beschermer van al die anderen die door Jezus zijn gevonden, en die niet de schitterende, pauwachtige exemplaren van de Tempel zijn, dat maaksel uit het heilige cement en de spinnenwebben van de Tempel, die lonten die geuren naar de resten van de Tempellampen, typen zoals jij, kortom, om de gelijkenis nog duidelijker te maken, want als de Tempel groot is, dan is de Meester - tenzij ik gek ben geworden - groter dan de Tempel, en ontbreekt het jou aan..."'
Reacties
Een reactie posten