op weg naar de stal
30.5
Maria Valtorta:
'De herders komen tot bezinning.
"Heb jij het gehoord?"
"Zullen we gaan kijken?"
"En de dieren dan?"
"Oh! er zal niets met hen gebeuren!
Laten we gaan om het Woord van God te gehoorzamen!"
"Maar waarheen dan?"
"Zei hij niet dat hij vandaag geboren is?
En dat er geen onderdak was in Bethlehem?"...
Het is de herder die de melk gaf die nu spreekt.
"Kom, ik weet waar het is. Ik heb die Vrouw gezien en had medelijden met haar.
Ik heb hen een plek aangewezen, omdat ik dacht dat ze geen onderkomen konden vinden,
en ik heb de man wat melk voor haar gegeven. Ze is zo jong en mooi!
En moet net zo goed zijn als de engel die met ons sprak.
Kom, kom! Laten we melk, kaas, lamsvlees en gelooide huiden gaan halen.
Ze moeten erg arm zijn en... wie weet hoe koud Hij is die ik niet durf te noemen!
En dan te bedenken, dat ik tegen Zijn Moeder sprak als tegen een arm bruidje!"
Ze gaan de schuur in
en komen kort daarna weer naarbuiten, sommigen met flessen melk,
sommigen met gevlochten espartomanden met ronde kazen erin,
sommigen met manden waarin een blatend lam ligt,
en sommigen met gelooide schapenvachten.
"Ik breng een schaap mee!
Ze is een maand geleden bevallen. Haar melk is goed.
Het zal voor hen nuttig zijn als de Vrouw geen melk heeft.
Ze leek me een klein meisje, en zo wit! Een jasmijngezicht onder de maan,"
zegt de herder van de melk.
En hij leidt ze.'
Reacties
Een reactie posten