op weg naar Elizabeth 3


20.3-5

Maria Valtorta:

´En zelfs nu mijn visioen is opgeschort,

blijf ik, zoals gisteren, bij de Moeder, dicht bij mij,

zo duidelijk zichtbaar voor mijn innerlijke zicht

dat ik het lichtroze van haar wang kan beschrijven,

zo weinig mollig, maar zoet zacht,

het heldere rood van de kleine mond,

en de zoete glans van de blauwe ogen

tussen de donkerblonde wimpers.


Ik kan je vertellen hoe het haar,

tweeledig op de bovenkant van het hoofd,

zachtjes naar beneden komt, met drie golvingen aan elke kant

tot de kleine roze oren half bedekt zijn, en verdwijnen,

met hun bleke en glanzende goud, achter de sluier

die haar hoofd bedekt...

(aangezien ik haar zie, met haar eigen mantel op het hoofd,

gekleed in haar hemelse zijden gewaad en met haar mantel,

dun als een sluier en toch ondoorzichtig,

in dezelfde stof als de jurk...)


Ik kan je vertellen dat de jurk lijkt

alsof ze met een band om de nek is gebonden, waarin een koord loopt

waarvan de uiteinden aan de voorkant bij de hals zijn geknoopt,

terwijl ze in de taille wordt geplooid door een grotere koord,

eveneens van witte zijde, die naar beneden loopt

met twee kwastjes langs de zijkant.


Ik kan je zelfs vertellen

dat haar jurk, smal als ze is rond nek en taille,

op haar borst zeven ronde en zachte plooien maakt,

het enige sieraad van haar meest kuise gewaad.


Ik kan je de kuisheid vertellen

die uitgaat van Maria's hele uiterlijk,

van haar delicate en harmonieuze vormen,

die haar een vrouw maken, zo engelachtig...



En hoe vaker ik naar haar kijk

hoe meer ik lijd, als ik eraan denk hoeveel ze haar hebben laten lijden,

en me afvraag, hoe ze geen medelijden met haar konden hebben,

zó zachtaardig en vriendelijk...

zo delicaat qua fysieke verschijning.


Ik kijk naar haar

en ik hoor al het geschreeuw van Golgotha,

ook tegen haar, alle spot en grappen!


Alle vloeken tegen haar,

omdat zij de Moeder van de Veroordeelde is.


Ik zie haar nu, mooi en rustig.

Maar haar huidige verschijning wist de herinnering niet

aan haar tragische gezicht uit die uren van pijn,

en die van haar troosteloze gezicht,

in het huis van Jeruzalem,

na de dood van Jezus.


En ik zou haar zo delicate roze en zachte wang

willen kunnen strelen en kussen,

om met mijn kus de herinnering weg te nemen,

aan het verdriet, dat zeker in haar zit,

net als in mij.


-idem-


Je kunt niet geloven welk een vrede het mij geeft

om haar zo dicht bij mij te hebben.


Ik denk dat doodgaan terwijl je haar ziet, zoet is,

even zoet en meer zelfs dan het zoetste uur in het leven.


In de dagen dat ik haar niet zo zag, helemaal voor mezelf,

leed ik onder haar afwezigheid, als die van een moeder.


Nu voel ik weer de onuitsprekelijke vreugde

die me vergezelde in december en begin januari.


En ik ben blij.

Gelukkig.

Zelfs al werpt het gezien hebben van de marteling van het lijden 

een sluier van pijn over al mijn geluk.


Het is moeilijk om te vertellen

en mensen te laten begrijpen wat ik voel

en wat er is gebeurd sinds 11 februari,

de avond dat ik Jezus zag lijden in Zijn Lijden.


Het was een aanblik die mij radicaal veranderde.

Ook als ik nu stierf of binnen honderd jaar,

die visie zal altijd hetzelfde blijven

in intensiteit en effecten.


Eerst dácht ik na over het verdriet van Christus.

Nu belééf ik het, want een woord, een blik op één beeld is genoeg

om opnieuw te lijden wat ik die avond heb geleden,

en geschokt te zijn door die martelingen...


en bedroefd te raken

door Zijn desolate verduren...

en ook als niets er nog aan herinnert,

knaagt de herinnering in mij.


Maar Maria begint te praten

en ik zwijg...´


28 mrt. 1944

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken