stil aan het spinnen
XVI
ANNUNCIATIE
16.1
Maria Valtorta:
'Wat ik zie...
Maria, een heel jong meisje, uiterlijk vijftien jaar oud,
bevindt zich in een kleine rechthoekige kamer.
Een echte meisjeskamer.
Tegen één van de twee langste muren staat het bed:
een laag bed, zonder zijkanten,
bedekt met hoge matten, of tapijten.
Het lijkt wel dat ze op een tafel liggen,
of op een rieten lattenwerk,
want ze zijn erg stijf en zonder rondingen
zoals dat in onze bedden het geval is.
Tegen de andere muur een plank met een olielamp,
een paar rollen perkament,
een zorgvuldig gevouwen stukje naaiwerk,
het lijkt op borduurwerk.
Daarnaast, richting de deur die openstaat naar de tuin,
maar versluierd door een gordijn, dat fladdert in een lichte wind,
zit de Maagd op een laag krukje.
Linnendraad, zo puur wit en zacht als zijde.
Haar handjes, slechts iets donkerder dan het linnen, plukken snel aan de spoel.
Het jeugdige gezicht, en zo zo mooi, is licht gebogen
en glimlacht lichtjes, alsof ze gestreeld wordt
of een lieve gedachte volgt.
Er heerst veel stilte in huis en in de tuin.
Er is veel rust, zowel op Maria's gezicht
als in de omgeving om haar heen.
Rust en orde.
Alles is schoon en verzorgd,
en de omgeving, zeer bescheiden qua uiterlijk en inrichting,
bijna naakt als een cel, heeft iets sobers en koninklijks
door de grote lichtheid en de zorg waarmee alles is gerangschikt:
de lakens op het bed, de rollen, het lampje,
het kleine koperen kannetje bij het lampje...
Met daarin een bundel bloeiende takken,
perzik- of perentakken.
Ik weet het niet.
Zeker van fruitbomen
met een licht roze-witte kleur.'
Reacties
Een reactie posten