12-jarige kouros 5
Maria Valtorta:
'Ik zie Jezus, samen met Zijn Moeder, de eetkamer van Nazareth binnengaan.
Jezus is een mooie twaalf-jarige jongen, lang, goed gebouwd, robuust zonder dik te zijn.
Hij lijkt volwassener dan hij is, gezien zijn postuur, Hij is al lang.
Zozeer zelfs dat hij de schouder van Zijn Moeder bereikt.
Hij heeft nog steeds het ronde en roze gezicht van het jongetje Jezus,
een gezicht dat daarna, met zijn jeugdige en viriele leeftijd, dunner zal worden
en een kleurloze kleur zal aannemen, een kleur van bepaalde delicate albasten,
enigszins neigend naar geel-roze.
De ogen, zelfs de ogen, zijn nog steeds kinderogen.
Groot, open om te kijken, en met een sprankje vreugde
verloren in de ernst van hun blik.
Later zullen ze niet meer zo open zijn...
De oogleden zullen tot half over het oog zakken
om het te veel aan kwaad, dat in de wereld is, te versluieren
voor de Zuivere en Heilige.
Alleen op momenten van wonder
zullen ze open en sprankelend zijn, nog meer dan nu...
om demonen en dood te verdrijven, om ziekten en zonden te genezen.
En ze zullen niet eens meer die vonk van vreugde hebben vermengd met ernst...
Dood en zonde zullen steeds meer aanwezig en dichtbij zijn, en met hen de kennis,
ook menselijke, van de nutteloosheid van opoffering,
tengevolge van de tegengestelde wil van de mens.
Alleen op zeer zeldzame momenten van vreugde,
om bij de verlosten te zijn en vooral bij de zuiveren, veelal jonge kinderen,
zullen deze heilige en goede ogen Hem van vreugde doen stralen.
Maar nu is Hij bij Zijn Moeder, in hun huis,
en voor Hem staat Sint-Jozef, die liefdevol naar Hem lacht,
en zijn Zijn neven, die Hem bewonderen,
en Zijn tante, Maria van Alfeüs,
die hem streelt...
Hij is blij.
Hij heeft liefde nodig, mijn Jezus, om gelukkig te zijn.
En nu is dat zo.
Hij is gekleed in een los gewaad van licht-robijnrode wol.
Zacht, met een perfecte textuur in zijn compacte dunheid.
Bij de hals,
aan de voorkant,
aan de onderkant van de lange, wijde mouwen
en van het kleed dat op de grond valt, en nauwelijks de voeten laat zien,
die zijn geschoeid met nieuwe en zeer goed gemaakte sandalen
- niet de gebruikelijke zolen vastgezet met leren strips om de voet -
is een Grieks motief, niet geborduurd, maar in een donkerdere kleur geweven
op het robijnrode van het gewaad.
Het moet Moeders werk zijn,
want haar schoonzus bewondert het en prijst het.
Zijn prachtige blonde haar
is al rijker van kleur dan toen hij een kind was,
met koperen glitters in de wervelinggen van de krullen die eindigen onder de oren.
Het zijn niet langer de korte, donzige krullen uit de kindertijd.
Ze zijn nog niet het golvende en lange haar tot aan het opperarmbeen,
waar ze eindigen in een zachte pijpekrul, van de volwassenheid.
Maar ze neigen al meer naar dat laatste, in kleur en vorm.'
Reacties
Een reactie posten