wierook, goud, mirre
34.8
Maria Valtorta:
'"Maar voor nu... ziehier het goud
zoals het een koning toekomt het te bezitten;
ziehier de wierook, zoals het God toekomt,
en ziehier, O Moeder, ziehier de mirre,
omdat Uw Geborene zowel mens is als God,
en van het vlees en het menselijk leven de bitterheid zal kennen
en de onvermijdelijke Wet van het sterven.
Onze liefde zou ze niet willen uitspreken, deze woorden,
en Hem eeuwig denken, zelfs met vlees,
zoals Zijn Geest eeuwig is.
Maar, O Vrouwe, als onze kaarten, en meer onze ziel, zich niet vergissen,
dan is Hij, Uw Zoon, de Redder, de Christus van God,
en zal Hij dus, om de aarde te redden,
het kwaad van de aarde op Zich moeten laden,
waarvan een van de straffen de dood is.
Deze hars is voor dat uur.
opdat het vlees, dat heilig is, het rot van corruptie niet zou kennen
en zijn integriteit zou behouden tot de opstanding.
En opdat Hij ons om van dit geschenk zou herinneren
en Zijn dienaren zou redden door hen Zijn Koninkrijk te geven."
Ondertussen, om te worden geheiligd,
geeft Zij, de Moeder, haar baby "aan onze liefde
opdat door Zijn Voetjes te kussen, de Hemelse Zegen in ons zou afdalen."
Maria,
die de ontzetting te boven is gekomen van de woorden door de wijze gesproken,
en het verdriet van de funeraire evocatie onder een glimlach heeft verborgen,
biedt het Kind aan.
Ze legt het op de armen van de oudste,
die Hem kust en door Hem wordt gestreeld,
en geeft het Kind vervolgens door aan de andere twee.
Jezus lacht
en grapt met de kettingen en de franjes van de drie,
en Hij kijkt nieuwsgierig naar de open kist vol met iets geels dat glittert,
en lacht, ziende dat de zon een regenboog maakt
wegvliedend vanaf de diamant
op het mirre-deksel.'
Reacties
Een reactie posten