gebed voor dageraad
LXII
JEZUS GEZOCHT DOOR DE DISCIPELEN
TIJDENS HET BIDDEN IN DE NACHT
62.1
Maria Valtorta:
'Ik zie Jezus naar buiten gaan,
zo min mogelijk lawaai makend, uit het huis van Petrus in Kafarnaüm.
Het is duidelijk dat hij daar een nacht heeft doorgebracht om zijn Petrus gelukkig te maken.
Het is nog steeds diepe nacht.
De lucht is helemaal bezaaid met sterren.
Het meer reflecteert deze glans nauwelijks,
en in plaats van het te zien kun je het wel raden:
dit rustige meer, dat slaapt onder de sterren,
door het zachte geluid van het water
op de oever.
Jezus sluit de deur weer,
kijkt naar de lucht, het meer, de straat.
Hij denkt na en vertrekt dan, niet langs het meer, maar richting het dorp,
langs een deel ervan loopt Hij naar het platteland, gaat daarheen, wandelt
en neemt er, eenmaal binnen, een pad dat leidt naar de eerste hellingen van een olijfgaard,
die groene en stille vrede, die Hij binnentreedt en waar Hij neerknielt in gebed.
Vurig gebed!
Biddend op Zijn knieën.
En dan, alsof Hij gesterkt is,
staat Hij rechtop en bidt opnieuw, met Zijn gezicht omhoog,
een gezicht dat nog spiritueler wordt door het ontluikende licht
dat ontspringt aan een serene zomerdageraad.
Hij bidt nu glimlachend,
terwijl Hij voordien luid zuchtte, als bij morele pijn.
Hij bidt met open armen.
Hij ziet eruit als een levend kruis.
Lang, engelachtig, zo lief is het.
Hij lijkt het hele platteland te zegenen,
de dag die wordt geboren, de sterren die verdwijnen,
het meer dat wordt onthuld.'
Reacties
Een reactie posten