herders bléven wachten, jarenlang
75.3
Maria Valtorta:
'"Maar, kortom, wie zoeken jullie?"
"Jezus Christus, de Zoon van Maria, de Nazarener, de Verlosser."
"Ik ben het."
Jezus schittert als Hij het zegt
en openbaart zich aan deze volhoudende minnaars van Hem.
Vasthoudend, trouw, geduldig.
"Jij! Oh! Heer, Heiland, onze Jezus!"
De drie liggen op de grond en kussen de voeten van Jezus, huilend van vreugde.
"Sta op. Sta op, Elia, en jij, Levi, en jij van wie Ik niet weet wie je bent!"
"Jozef, zoon van Jozef."
"Dit zijn Mijn discipelen:
Johannes, een Galileeër, en Simon en Judas, Judeërs."
De herders liggen niet langer met hun gezicht naar beneden,
maar zitten nog steeds op hun knieën, leunend op hun hielen.
Ze aanbidden de Heiland met ogen van liefde, met lippen die trillen van emotie,
met gezichten wit of rood van vreugde.
Jezus zit op het gras.
"Nee, Heer. Niet op het gras, Koning van Israël!"
"Laat het, vrienden. Ik ben arm. Een timmerman, voor de wereld.
Alleen rijk aan liefde voor de wereld, en aan de liefde die goede mensen Mij geven.
Ik ben gekomen om bij jullie te zijn, om het avondbrood met je te breken,
om naast jullie in het hooi te slapen, om troost te vinden bij jullie..."
"Oh! troost! Wij zijn ruw volk en vervolgden."
"Ik ben ook een vervolgde. Maar jullie geven Mij wat Ik zoek:
liefde, geloof en hoop die het jaren volhoudt en bloemen geeft.
Zien jullie? Jullie wisten op Mij te wachten
en geloofden zonder enige twijfel dat Ik het was.
En Ik ben gekomen."
"Oh! Jazeker! Jij bent gekomen! Zelfs als ik sterf, heb ik niets meer
dat me de pijn geeft van erop te hopen en het niet te krijgen."
"Neen, Elia. Jij zult leven tot na de triomf van Christus!
Jij, die Mijn dageraad hebt gezien, moet Mijn schittering zien!"
Reacties
Een reactie posten