eerst nog naar Nazareth, naar zieke Alfeüs
99.5
Maria Valtorta:
'"Je bent hier bekender dan in Nazareth!"
merkt neef Jakobus verdrietig op.
"Dit huis is voorbereid door iemand die waarlijk geloof had in de Messias.
Voor Nazareth ben Ik de timmerman... Meer niet."
"En... en wij hebben niet de kracht om Jou te verkondigen voor wie Je werkelijk bent..."
"Heb jullie die niet?"
"Nee, neef. Wij zijn niet heldhaftig, zoals Jouw herders..."
"Geloof je dat, Jakobus?"
Jezus glimlacht als Hij naar zijn neef kijkt, die zozeer op zijn voedstervader lijkt,
met het kastanjebruin in de ogen en het haar, en de bruinige gelaatskleur,
terwijl zijn broer Judas bleker is, door zijn zwarte baard en krullende haar,
en wiens ogen bijna violetblauw zijn, wat wat doet denken aan die van Jezus.
"Wel, Ik zeg je dat je jezelf niet kent.
Jij en Judas zijn twee sterke mannen!"
De neven schudden het hoofd.
"Jullie zullen merken dat Ik mij niet vergis!"
"Gaan we echt naar Nazareth?"
"Ja. Ik wil met Mijn moeder praten en...
en nog wat andere dingen doen.
Wie mee wil, kan komen!"
Iedereen wil komen.
Het gelukkigst zijn de twee neven.
"Het is voor onze vader en moeder, begrijp Je?"
"Ik begrijp het. We zullen langs Kana reizen en dan daarheen gaan."
"Langs Kana? Oh! dan gaan we naar Susanna!
Zij zal ons eieren en fruit geven voor vader, Jakobus."
"En natuurlijk ook van haar goede honing.
Daar houdt hij zo erg van!"
"En het is voedzaam!"
"Arme vader! Hij lijdt zoveel!
Als een ontwortelde plant, voelt hij zijn leven wegglippen...
en hij wil niet sterven..."
Jakobus kijkt naar Jezus.
Met een stille bede...
Maar Jezus doet alsof Hij het niet ziet.
"Jozef stierf ook zo, van de pijn, toch?"
"Ja," antwoordt Jezus.
"Maar hij leed minder omdat hij berustte."
"En hij had Jou!"
"Alfeüs zou Mij ook kunnen hebben..."
De neven zuchten droevig
en alles is voorbij.'
Reacties
Een reactie posten