gastvrije Jakob, niet wrokkig, wordt gezegend
110.6
Maria Valtorta:
'"Kom, geef Mij die hamer!
Zo gaat dat niet. Zo breek je het hout.
Geef Mij die priem ook maar, maar dan wel nadat je hem hebt verhit.
Het hout wordt dan beter doorboord en je kunt er de ijzeren deuvel dan moeiteloos doorheen halen.
Laat Mij het doen. Ik was timmerman..."
"U werken voor mij? Nee!"
"Laat Mij het maar doen. U ontvangt Mij, Ik zal ú helpen.
Wij moeten van elkaar houden en elkaar geven wat we kunnen."
"U geeft vrede, U geeft wijsheid en U geeft wonderen. U geeft al zoveel, zoveel!"
"Ik geef ook dit werk. Komaan, gehoorzaam..."
En Jezus, die alleen nog zijn kleed draagt,
werkt snel en vakkundig aan de afgebroken dissel.
Hij boort gaten, knoopt hem vast, spijkert hem vast en probeert hem uit
tot hij voelt dat hij sterk is.
"Die zal nog lang functioneren. Tot volgend jaar.
En dan kunt u zich een nieuwe aanschaffen."
"Dat geloof ik ook. Die ploegschaar was in Uw handen
en zal de aarde voor mij zegenen."
"Niet om die reden, Jakob, zal hij u zegenen."
"Waarom dan wel, mijn Heer?"
"Omdat u genadig bent. U sluit zich niet op in de wrok van egoïsme en afgunst,
maar aanvaardt Mijn Leer en brengt ze in praktijk. Zalig zijn de barmhartigen!
Zij zullen barmhartigheid ontvangen."
"Hoezo ben ik barmhartig, mijn Heer?
Ik heb bijna geen ruimte en eten voor Uw behoeften.
Ik heb alleen maar goede wil, en nog nooit eerder heeft het zo zwaar op mij gedrukt om arm te zijn,
omdat ik niets kan doen om U en Uw vrienden eer te bewijzen."
"Uw verlangen is voor Mij voldoende.
Voorwaar, Ik zeg u: zelfs één beker water, gegeven in Mijn Naam, is groot in de ogen van God.
Ik was een vermoeide reiziger in de storm, en u nam Mij op!
Het moment van eten komt, en u zegt Me: 'Ik bied U aan wat ik heb.'
De nacht valt, en u biedt Mij vriendelijk onderdak aan.
Wat zou u nog meer willen doen?... Vertrouw, Jakob!
De Mensenzoon kijkt niet naar de pracht en praal van de ontvangst en het eten,
maar naar het gevoel van het hart.
De Zoon van God zegt tot de Vader: 'Vader, zegen Mijn weldoeners
en állen die in Mijn Naam barmhartig zijn jegens hun broeders.'
Dit zeg Ik je."'
Reacties
Een reactie posten