kennismaking met jonge Anna-Lea, in Maria's slaapkamer
156.2
Maria Valtorta:
'"Zoon, kom naar mijn kamer.
Ik zal haar bij Jou brengen, want ze is daarheen gevlucht, nadat ze zoveel stemmen had gehoord."
Jezus betreedt de slaapkamer van Zijn Moeder,
nog steeds het kuise, meest kuise kamertje dat de woorden van het gesprek met de engel heeft gehoord, en dat, meer nog dan de tuin, het maagdelijke, engelachtige, heilige wezen uitstraalt van Haar die daar al jaren woont, en van de Aartsengel die daar zijn Koningin vereerde.
Is het alweer dertig jaar geleden, of vond de bijeenkomst gisteren plaats? Ook nu nog draagt een spinrokken het zachte, bijna zilveren plukje woldraden, en op de klos zit de draad, en op de plank bij de deur ligt een gevouwen borduurwerk, tussen een perkamentrol en een koperen kruik, met daarin een dikke bloeiende amandeltak.
Ook nu wappert het gestreepte gordijn in de lichte bries, voor het mysterie van de maagdelijke woning getrokken, en het bed, netjes in zijn hoekje, heeft nog steeds het vriendelijke aanzien van het bed van een meisje dat net op de drempel van haar jeugd staat. Welke dromen heeft ze gehad en zal ze nog hebben, op het lage kussen?...
Het gordijn wordt langzaam opgetild door Maria's hand.
Jezus, die met zijn rug naar de deur stond terwijl Hij dit nestje van zuiverheid aanschouwde,
keert zich om.
"Hier, mijn Zoon. Ik breng haar bij Je. Een lammetje. En Jij haar Herder."
En Maria, die binnenkwam met een jonge, slanke brunette aan haar hand,
die fel bloosde toen ze voor Jezus verscheen, trekt zich zachtjes terug
en laat het doek weer vallen.'
Reacties
Een reactie posten