blij weerzien met de apostelen, na eerste prediking


(James Tissot)

169.2

Maria Valtorta:

'Jezus ontmoet eerst de apostel Filippus, die daar de wacht lijkt te houden.

"Wat, Meester? Jij hier? Wij verwachtten Jou verderop... Ik wacht hier op mijn metgezellen, die op zoek zijn gegaan naar melk, bij een paar herders die op deze bergtoppen grazen. Beneden, op weg naar hier, is Simon met Judas van Simon, en bij hen zijn Isaak en... Oh! kijk daar... Kom! Kom! De Meester is hier!"

De apostelen, die met veldflessen en waterflessen naar beneden komen, beginnen te rennen en de jongsten komen natuurlijk als eerste aan. Hun viering van de Meester is ontroerend. Eindelijk zijn ze herenigd, en terwijl Jezus glimlacht, willen ze allemaal praten, vertellen...

"Maar wij hadden Jou verderop verwacht!"

"Wij dachten dat Je vandaag ook niet zou komen."

"Er zijn zoveel mensen, weet Je?"

"Oh! we kregen het wel knap lastig, want er zijn schriftgeleerden,

en zelfs discipelen van Gamaliël"...

"Maar jazeker, Heer! Je hebt ons precies op het juiste moment alleen gelaten! Ik ben nog nooit zo bang geweest als op dat moment. Haal me niet nog eens zo voor de gek!"

Petrus klaagt, en Jezus glimlacht.


En Hij vraagt: "Maar is jullie iets ergs overkomen?"

"O! nee! Integendeel... O! mijn Meester! Weet Je al dat Johannes heeft gesproken?... Het leek alsof Jij door hem sprak. Ik... wij waren verbaasd!... Deze jongen, die een jaar geleden alleen nog maar een net kon uitwerpen... óoo!"

Petrus is nog steeds verbaasd, en schudt de lachende Johannes, die zwijgt, door elkaar.

"Kijk nog eens jullie, lijkt het je mogelijk dat déze jongen die woorden, met zo'n lachende mond, heeft gezegd! Hij leek wel Salomon!"


"Simon sprak ook goed, mijn Heer. Hij was echt het 'hoofd'"... zegt Johannes.

"Wat zeg jij daar! Hij nam me en zette me daar neer! Maar euh!... Ze zeggen dat ik goed sprak. Misschien. Ik weet het niet... want tussen de verbazing over Johannes' woorden en de angst om te midden van zo veel mensen te spreken en Jou in een kwaad daglicht te stellen, was ik als door de bliksem getroffen..."

"Mij in een kwaad daglicht te stellen? Mij? Maar jij was het die sprak, en je zou dus zelf een slechte indruk hebben gemaakt, Simon!" plaagt Jezus hem.

"O! Voor mij... Ik gaf helemaal niets om mezelf. Ik wilde niet dat ze Joú als een dwaas zouden bespotten omdat Je een idioot als apostel had genomen."

Jezus straalt van vreugde over Petrus' nederigheid en liefde.


Maar Hij vraagt ​​alleen: "En de anderen?"...

"De Zeloot sprak ook goed. Maar die daar... weet Je. Die was de verrassing! Maar ja, sinds we daar in gebed waren, lijkt die jongen altijd zijn ziel in de hemel te hebben!"

"Dat is waar! Het is zo!"

Iedereen bevestigt Petrus' woorden.

En dan vertellen ze verder.


"En weet Je? Onder de discipelen...

zijn er nu twee die, volgens Judas van Simon, heel belangrijk zijn.

Judas is erg druk. O ja! Hij kent er veel... hierboven,

en weet hoe hij met hen om moet gaan.

En hij praat graag... Hij spreekt goed.


Maar de mensen luisteren liever naar Simon, je neven, en - vooral - naar deze jongen.

Gisteren zei iemand tegen me: 'Die jongeman spreekt goed (hij had het over Judas),

maar ik geef de voorkeur aan jou boven hem.'

O, arme stakker!

Geeft de voorkeur aan mij, die niet weet wat te zeggen!...


Maar waarom ben Je hierheen gekomen?

De ontmoetingsplaats was verderop,

en wij waren daar."


"Omdat Ik wist dat Ik jullie híer zou vinden."'


22 mei 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken