Maria is de zee die wast
168.4
Maria Valtorta:
'De gesluierde vrouw huilt nog harder...
Dan herstelt ze zich.
"Ik was mooi. Ik ben het. Kijk!"
Ze staat op, gooit snel haar sluier naar achteren en laat de mantel vallen.
En ik ben verbaasd, want ik zie uit de afgeworpen stoffen Aglaë tevoorschijn komen, mooi, zelfs in haar bescheiden jurk, met haar eenvoudige gevlochten kapsel, zonder juwelen, zonder pompeuze stoffen, een ware bloem van vlees, slank en toch volmaakt, met een mooi gezicht, een lichtbruine kleur en ogen, van fluweel, maar vol vuur.
Ze knielt weer voor Maria neer:
"Ik was mooi, helaas... En ik was gek/dwaas!
Die dag kleedde ik me in sluiers, de meisjes van mijn heer, die me graag zagen dansen, hielpen me...
Ik kleedde me aan op een strook blond strand, met uitzicht op de blauwe zee.
Op het strand, op die verlaten plek, waren er wilde witte en gele bloemen, met een scherpe geur van amandel, vanille en van een lichaam, net gewassen. Zelfs uit de citrusboomgaarden kwamen golven van een scherp parfum, en de rozenstruiken van Syracuse roken, zelfs de zee, zelfs het zand rook; de zon trok geur uit ieder ding... een lichte paniek, die naar mijn hoofd steeg.
Ik voelde me ook een nimf, en ik aanbad... wie? De vruchtbare aarde? De vruchtbare zon? Ik weet het niet. Heiden onder de heidenen, ik geloof dat ik de Zinnelijkheid aanbad, mijn despotische koning, van wie ik niet wist dat ik hem had, maar die machtiger was dan een god...
Ik kroonde mezelf met rozen uit de tuin... en ik danste... ik was dronken van het licht, van de parfums, van het plezier jong, behendig en mooi te zijn. Ik danste... en werd gezien.
Ik zag dat ik bekeken werd. Maar ik schaamde me er niet voor om naakt te verschijnen in de aanwezigheid van twee ogen van een man, die hunkerden. Sterker nog, ik genoot ervan mijn vleugels nog verder uit te slaan... Het plezier bewonderd te worden gaf me werkelijk vleugels...
En het werd mijn ondergang.
Drie dagen later...bleef ik alleen achter...
omdat de eigenaren waren teruggekeerd naar hun patriciërshuis in Rome.
Maar ik bleef niet thuis...
Die twee bewonderende ogen hadden me iets anders onthuld dan alleen de dans...
Ze hadden mij de sensualiteit, en seks, onthuld."
-idem-
Maria maakt onvrijwillige een beweging van walging, die Aglaë voelt.
"O! Maar U... bent puur! Misschien stoot ik U af..."
"Spreek, spreek, dochter.
Beter tegen Maria dan tegen Hem.
Maria is de zee die wast..."
"Ja. Beter tegen U.
Dat zei ik ook tegen mezelf, toen ik hoorde dat Hij een moeder had...
Want voorheen, toen ik Hem zo anders zag dan alle andere mannen,
de enige die helemaal geest was – nu weet ik dat de geest bestaat, en wat hij is –
voorheen had ik niet kunnen zeggen waarvan Uw Zoon gemaakt was,
zo zonder zinnelijkheid, ook al was Hij een man,
en binnenin mij dacht ik, dat Hij geen moeder had,
maar zo was neergedaald, naar de aarde,
om de afschuwelijke ellendigen te redden,
van wie ik de grootste ben..."'
Reacties
Een reactie posten