naar Simons melaatse vrienden, of naar elders...

CXCIX

DE MELAATSEN VAN SILOAN en BEN HINNOM

-PETRUS VERKRIJGT MARGZIAM VIA MARIA-

-melaatsen in Jeruzalem (1900)-

199.3

Maria Valtorta:

'Zie, Jezus komt met Lazarus uit het huis,

en tegen het kind dat naar hem toe rent, zegt Hij:

"Vrede tussen ons, Margziam. Laten we elkaar de vredeskus geven!"

Lazarus, begroet door het kind, aait hem en geeft hem een ​​snoepje.


Iedereen verzamelt zich rond Jezus.

Ook Maria, gekleed in een turquoise linnen gewaad,

waarover een donkerdere mantel is gedrapeerd,

komt glimlachend naar haar Zoon toe.


"Dan kunnen we gaan," zegt Jezus.

"Jij, Simon, met Mijn Moeder en het kind,

als je echt geld wilt uitgeven, zelfs nu Lazarus heeft voorzien."

"Natuurlijk! En dan... zal ik kunnen zeggen dat ik voor één keer naast Je Moeder heb mogen lopen.

Een grote eer!"

"Ga dan."


"Jij, Simon, gaat met me mee naar je melaatse vrienden..."

"Echt waar, Meester? Als Je me toestaat, ren ik vooruit om ze op te halen...

Je haalt me ​​wel in. Je weet toch waar ze zijn..."

"Goed. Ga dan!"


"De anderen mogen doen wat ze willen.

Jullie zijn allemaal vrij tot woensdagochtend.

Om drie uur, iedereen bij de Gouden Poort!"


"Ik ga met je mee, Meester," zegt Johannes.

"Ik ook," zegt zijn broer Jakobus.

"En wij ook," zeggen Zijn twee neven.

"Ik ga ook mee," zegt Mattheüs, en Andreas voegt zich bij hem.


"En ik? Ik zou ook graag mee willen...

Maar als ik ga winkelen, kan ik niet mee..."

zegt Petrus, verscheurd tussen twee verlangens.


"Het kan.

Eerst gaan we naar de melaatsen,

intussen gaan Mijn Moeder en het kind naar een huis van een vriend in Ophel.

Dan voegen wij ons bij haar, en jij gaat met haar mee,

terwijl de anderen en ik naar Johanna gaan.

We verzamelen in Getsemane om te eten,

en dan komen we rond zonsondergang hier terug."


"Als Je het goedvindt, ga ik wat vrienden bezoeken..." zegt Judas Iskariot.

"Maar Ik heb het gezegd: doe wat je het beste vindt."

"Dan ga ik naar mijn familie," zegt Thomas.

"Misschien is mijn vader al gekomen. Als dat zo is, breng ik hem naar Jou."


"Wat vind je ervan, Filippus, dat wij met z'n tweeën zijn?

We zouden naar Samuel kunnen gaan..."

"Goed gezegd," antwoordt die aan Bartholomeüs.


"En jij, Johannes?" vraagt ​​Jezus aan de man uit Endor.

"Wil jij liever hier blijven, en je boeken opruimen? Of meegaan met Mij?"

"Eigenlijk ga ik liever met U mee... Boeken... vind ik al minder leuk.

Ik lees liever U, het Levende Boek!"

"Kom dan. Vaarwel, Lazarus, tot..."


"Maar ik kom ook!

Mijn benen voelen al iets beter, en ik laat je, na de melaatsen, achter

en ga naar Gethsemane om op jullie te wachten."


"Laten we gaan!

Vrede zij met jullie, vrouwen!"


Ze blijven allemaal bij elkaar,

tot ze de buitenwijken van Jeruzalem bereiken.


Dan gaan ze uit elkaar,

waarbij Iskariot zijn eigen weg gaat

en waarschijnlijk de stad binnenkomt via de poort die uitkijkt op de Antoniatoren;

terwijl Thomas, Filippus en Nathanaël nog enkele tientallen meters verderlopen

met Jezus en zijn metgezellen, en dan de stad binnenkomen via de wijk Ophel,

samen met Maria en het kind.'


24 juni 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken