God is b é z i g met het scheppen van de mens

221.4

M. Valtorta:

'Ik weet dat jullie, sommigen meer dan anderen, deze tocht onder de Filistijnen afkeuren.

Zelfs de luister die deze landen oproepen, de luister van Israël die spreekt uit deze velden,

bevrucht door Joods bloed, vergoten om Israël groot te maken,

uit deze steden die één voor één werden weggerukt

uit de handen van hen die ze vasthielden

om Judea te kronen

en er een machtig volk van te maken...

zijn jullie niet voldoende om van deze pelgrimstocht te houden.


En Ik zeg niet eens: zelfs het idee van de grond voor te bereiden voor de oogst van het Evangelie

en de hoop op verlossing zijn voor jullie valide argumenten.

Ik noem ze niet in de redenen die Ik jullie voorleg

om je te doen nadenken over de gegrondheid van deze tocht.

Dat is nog te ver boven je pet, die overweging.

Op een dag zul je wel zover zijn.


En dan zullen jullie zeggen:

'We dachten dat het een gril was, we dachten dat het een eis was,

we dachten dat het weinig liefde was van de Meester jegens ons,

om ons zo ver te laten gaan, zo'n lange en pijnlijke reis,

met het risico op vreselijke uren...

En in plaats daarvan was het liefde,

een vooruitziende blik, een weg vrijmakend voor ons,

nu we Hem niet meer hebben en ons nog meer verloren voelen.

Want toen waren we als ranken die alle kanten opgaan,

maar die weten dat de wijnstok hen voedt,

en dat er altijd een stevige paal in de buurt is

die hen kan dragen.

En nu zijn we takken die hun eigen pergola moeten creëren,

zich voedend, jawel, uit de stam van de wijnstok,

maar zonder tronk om op te leunen.'

Dit zullen jullie zeggen,

en je zult me ​​dan bedanken.


En trouwens!...

Is het niet prachtig om zo te wandelen,

en lichtvonken, klanknoten, hemelse bloemkronen, de geur van waarheid te laten vallen,

in dienst en tot lof van God, in landen gehuld in duisternis,

in stille harten, in zielen zo dor als woestijnen,

om de stank van de Leugen te overwinnen,

en het samen te doen, zo, Ik en jullie,

jullie en Ik, de Meester en de apostelen,

allen één hart, één verlangen, één wil?


Moge God gekend en bemind worden.

Moge God alle mensen verzamelen onder Zijn tent.

Mogen allen zijn waar Hij is.

Dat is de hoop, het verlangen, de honger van God!


En dat is de hoop, het verlangen, de honger van geesten

die niet van verschillende rassen zijn, maar van één ras: 

dat dat God schept.


En dat, allemaal kinderen van de Ene zijnde,

dezelfde verlangens, dezelfde hoop, dezelfde honger heeft

naar de Hemel, naar de Waarheid, naar échte Liefde..."'


17 juli 1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken