tegenover Judas' harde aanpak, staat zachte wilskracht van Maria en Johanna
214.4
Maria Valtorta:
'"Daar is Uw Moeder, Uw Moeder met Simon!"
roept het kind, terwijl hij Maria en Simon de trap ziet oplopen
die naar het terras leidt waaraan de kamer zich bevindt.
Iedereen staat op en gaat de twee tegemoet bij hun aankomst.
Er klinkt geroep, begroetingen en het verschuiven van stoelen.
Maar niets weerhoudt Maria ervan om eerst Jezus te begroeten
en vervolgens de moeder van Judas, die diep gebogen is,
en die Maria in plaats daarvan oppakt en omhelst
alsof ze een dierbare vriendin is
met wie ze na een tijdje weer samen is.
Ze gaan de kamer weer in
en Maria van Judas geeft haar dienstmeid de opdracht
om nieuw eten klaar te maken voor de nieuwkomers.
"Hier, zoon, een groet van Elise!" zegt Maria.
En ze geeft een kleine rol aan Jezus, die die opent en leest en dan zegt:
"Ik wist het. Ik was er zeker van. Dankje, Moeder. Van Mij en van Elise.
Jij bent werkelijk het Heil der Zieken!"
"Ik? Jij, Zoon. Niet ik!"
"Jij! En je bent Mijn grootste hulp!"
Dan wendt Hij zich tot de apostelen en discipelen en zegt:
"Elisa schrijft: 'Kom terug, mijn Vrede. Ik wil U niet alleen liefhebben, maar ook dienen.'
En zo hebben we een kind verlost uit angst en melancholie,
en er een discipel bij gewonnen!
We zullen terugkeren, zeker!"
"Zij wil ook de vrouwelijke discipelen leren kennen. Ze maakt langzaam maar zeker vorderingen. Arme schat! Ze heeft nog steeds momenten van angstige verwarring. Klopt he, Simon? Op een dag wilde ze met me uitgaan, maar ze zag een vriend van haar Daniel... en we hadden moeite om haar huilend te kalmeren.
Maar Simon is zo goed! En hij stelde me voor - omdat ze graag terug wil naar de wereld, maar de wereld van Bethzur te vol herinneringen voor haar is - dat ik Johanna zou contacteren. Hij zou haar aanspreken.
Ze was na de vakantie teruggekeerd naar Bethzur, naar haar prachtige rozentuinen in Judea. Simon zegt dat het hem als een droom leek, toen hij die heuvels vol rozenstruiken doorkruiste, dat hij zich in het Paradijs voelde.
Ze kwam meteen. Zij kan een moeder die om haar kinderen rouwt begrijpen, en er medelijden mee hebben! Elise is erg op haar gesteld geraakt, en toen kon ik hierheen komen. Johanna wil haar overhalen om Bethzur te verlaten en mee te gaan naar haar kasteel. En dat zal haar lukken! Want ze is zacht als een duif, maar vast als graniet in haar verlangens."
"We gaan op de terugweg naar Bethzur, en zullen dan uit elkaar gaan. Jullie, vrouwelijke leerlingen, zullen dan een tijdje bij Elise en Johanna blijven. En wij zullen door Judea reizen en elkaar met Pinksteren weer in Jeruzalem ontmoeten!"'
Reacties
Een reactie posten