Johannes van E. ontvangt ook zegen voor neerschrijven van Jezus' lessen


250.11

Maria Valtorta:

'"Wat was jij daar aan het schrijven, Johannes?"

"O, Meester! Soms komt de oude Felix nog tevoorschijn, met zijn onderwijsgewoonten.

Ik denk aan Margziam. Hij heeft nog een heel leven om Jou te verkondigen,

en vanwege zijn leeftijd is hij niet aanwezig bij Je preken.


Ik dacht een aantal lessen te noteren, die Je ons hebt gegeven,

en die het kind niet heeft gehoord,

omdat hij nog druk is met spelen,

of te ver weg, met een van ons.


Zoveel wijsheid is er vervat, in zelfs de kleinste woorden van Je!

Je vertrouwelijke gesprekken zijn al een les, en net die over de dingen van alledag,

van ieder mens, over die kleine dingen die uiteindelijk het allerbelangrijkste in het leven zijn,

omdat ze, als ze zich opstapelen, een zware last vormen,

die geduld, volharding en berusting vereisen,

om ze met heiligheid te dragen.


Het is makkelijker om één grote heldendaad te verrichten

dan duizend of tienduizenden kleine dingen

die een constante aanwezigheid van deugd vereisen.


En ook de grote daad bereik je niet,

of het nu in het goede of in het kwade is – ik weet het over het kwade –

tenzij je een lange opeenstapeling maakt van kleine, schijnbaar onbeduidende daden.

Ik begon al te doden toen ik, moe van de frivoliteit van mijn vrouw,

haar mijn eerste minachtende blik toewierp.



Voor Margziam heb ik Je kleine lessen opgeschreven.

En vanavond wilde ik Je grote les opschrijven.

Ik zal mijn werk aan het kind nalaten,

zodat hij mij, de oude leraar, zal herinneren,

en ook zal hebben wat hij anders niet zou hebben.

Zijn prachtige schat: Jouw Woorden.

Mag ik dat doen?


"Ja, Johannes.

Maar wees bovenal vredig, zoals deze zee.

Zie je?... Voor jou, zou het te heet zijn, om in de brandende zon te lopen,

en het apostolische leven is werkelijk een brandende ervaring.

Je hebt al zoveel gestreden in je leven...

Nu roept God je tot Zich, in dit kalme maanlicht,

dat alles verzacht en zuivert.

Wandel in de zachtheid van God.

Ik zeg je: God heeft behagen in je."


Johannes van Endor neemt Jezus' hand, kust die en fluistert:

"En toch zou het prachtig zijn geweest om tegen de wereld te zeggen: 'Kom tot Jezus!'"


"Je zult het vanuit het Paradijs zeggen!

Ook jij bent een brandende spiegel!

Laten we gaan, Johannes...

Ik wil graag lezen wat je geschreven hebt."


"Hier is het, Heer.

En morgen zal ik Jou de andere boekrol geven,

waarop ik de andere woorden heb geschreven."


Ze dalen van hun rots af,

en in een schitterend wit maanlicht,

dat het grind op de kust in zilver heeft veranderd,

keren ze terug naar huis.


En ze nemen afscheid,

Johannes knielt neer,

Jezus zegent hem met Zijn hand op zijn hoofd,

en geeft hem Zijn vrede.'


11 aug.1945

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken