bevrijding (door God) uit kooi van aards bestaan... is altijd iets goeds
305.5
Maria Valtorta:
'Kijk nu eens goed!
Jij oordeelt zo, alleen nog maar omdat je een braaf kind bent.
Bedenk dan hoe God, die volmaakt is in alles, de zielen zal beoordelen
en wat werkelijk goed voor ze is.
Zielen zijn als even zovele vogeltjes,
die door het vlees in een kooi worden opgesloten.
De aarde is de plaats waar ze met die kooi naartoe zijn gebracht.
Maar ze verlangen naar de vrijheid van de hemel,
naar de zon, die God is,
naar de juiste voeding,
die bestaat uit de contemplatie van God.
Geen enkele menselijke liefde,
zelfs niet de heilige liefde van een moeder voor haar kinderen,
of die van de kinderen voor hun moeder, is zo sterk dat ze dit verlangen
van zielen naar de hereniging met hun Oorsprong, die God is,
kan onderdrukken.
Net zoals God, vanwege Zijn volmaakte liefde voor ons,
geen enkele reden sterk genoeg vindt, om Zijn verlangen
naar hereniging met de ziel die naar Hem verlangt,
te overwinnen.
Wat gebeurt er dan?
Soms houdt Hij zoveel van haar,
dat Hij zegt: 'Kom! Ik zal je bevrijden.'
En Hij zegt dat, zelfs als er kinderen bij een moeder zijn.
Hij ziet alles. Hij weet alles. Hij doet alles wat Hij doet goed.
Wanneer Hij een ziel bevrijdt...
– het lijkt misschien niet zo voor mensen met een beperkt intellect, maar het ís wel zo –
wanneer Hij een ziel bevrijdt... doet Hij dat altijd voor het grotere goed,
voor de ziel zelf en voor haar familieleden.
Vervolgens,
zoals Ik jou al eerder heb verteld,
voegt Hij aan de dienst van de beschermengel
de dienst toe van de ziel die Hij tot Zich heeft geroepen,
en die haar familieleden liefheeft met een liefde
die vrij is van menselijke lasten,
hen liefhebbend in God.
Wanneer Hij een ziel bevrijdt,
neemt Hij ook de taak op zich om voor de nabestaanden te zorgen.
Heeft Hij dat niet ook voor jou gedaan?
Heeft Hij jou, kleine zoon van Israël, niet tot Mijn discipel gemaakt,
Mijn priester van morgen?"
"Ja, Heer."
"Denk nu nog dieper na.
Jouw moeder zal door Mij bevrijd worden
en zal jouw gebeden niet meer nodig hebben.
Maar jij, stel dat zij na de Verlossing zou zijn gestorven,
en gebeden nodig zou hebben gehad, zou jij dan als priester voor haar hebben kunnen bidden?
Stel het je voor, je zou je geld alleen hebben kunnen besteden
aan het geven van offers aan een priester van de Tempel,
zodat er een offer van slachtoffers zoals lammeren,
of van duiven of andere producten van de aarde
voor haar gebracht kon worden.
Dit zou het geval zijn geweest,
als de boer Jabes bij zijn moeder was gebleven.
In plaats daarvan had jij, Margziam, als priester van Christus,
rechtstreeks voor haar het ware Offer van het volmaakte Slachtoffer kunnen vieren,
in wiens naam alle vergevingen worden verleend!
"En nu zal ik dat niet meer kunnen doen?"
"Niet voor je vader, je moeder en je kleine broertjes.
Maar je kunt het wel doen voor je vrienden en discipelen!"
Reacties
Een reactie posten