ook Petrus maakt zich nutteloos zorgen
296.6
Maria Valtorta:
'Ze zijn net het dorp gepasseerd,
wanneer Timon en Marcus, onder een nieuwe stortbui,
opnieuw verschijnen op de ondergelopen weg, en roepen:
"Stop! Simon Petrus is hier, met een paar ezels!
Ik zag hem aankomen. Hij komt al drie dagen
telkens met zijn dieren naar deze plek,
in de regen!"
Ze stoppen onder een dicht eikenbos,
dat enige beschutting biedt tegen de stortbui.
En daar komt Petrus toe, rijdend op een ezel, aan het hoofd van een rij ezels,
net een monnik, onder de deken die hij over zijn hoofd en schouders heeft gelegd.
"God zegene Jou, Meester!
Maar ik zei het toch... dat Hij zo nat zou zijn als iemand die in het meer is gevallen!
Kom op, snel allemaal, opstijgen, want Aëra staat al drie dagen in brand,
zozeer houden ze de haarden brandend om jullie te drogen!
Snel, snel... Wat een toestand!
Maar kijk toch eens!
Waren jullie niet zo goed om Hem tegen te houden?
Ah! Als ik er niet bij ben!
Nee zeg! Kijk hier!
Zijn haar hangt erbij als dat van een verdronken man.
Hij moet het ijskoud hebben. Onder dit water! Wat een roekeloosheid!
En jullie? En jullie? O! Ellendelingen!
Jij allereerst, dwaze broer, en dan alle anderen.
Mooi zijn jullie. Je ziet eruit als zakken die in een plas zijn gevallen.
Kom op, schiet op!
Ah! Ik ga het niet meer vertrouwen, om Hem aan jullie toe te vertrouwen.
Ik ben aan het verdrinken van afschuw..."
"En van het spreken, Simon," zegt Jezus kalm
terwijl Zijn ezel naast die van Petrus draaft,
aan het hoofd van de ezelskaravaan.
Jezus herhaalt: "En van het spreken. Van het nutteloze spreken.
Je hebt me niet verteld of de anderen goed zijn aangekomen...
Of de vrouwen zijn vertrokken. Of jouw vrouw gezond is.
Niets heb je Me verteld!"
"Ik zal Jou alles vertellen...
Maar waarom ben Jij in deze regen vertrokken?"
"En waarom ben jij [erin] gekomen?"
"Omdat ik haast had om Jou te zien, mijn Meester!"
"Omdat Ik haast had om met Jou herenigd te worden, Mijn Simon!"
"O, mijn lieve Meester! Wat hou ik van Je!
Vrouw, kind, huis? Niets, niets!
Alles bruut als Jij er niet bent.
Geloof Jij dat ik zo veel van Je hou?"
"Ja, ik geloof het. Ik weet wie jij bent, Simon."
"Wie dan?"
"Een grote jongen, met kleine gebreken,
en daaronder schuilen veel mooie eigenschappen!
Maar ééntje is niet verborgen... En dat is je eerlijkheid in alles."'
Reacties
Een reactie posten