bloemen voor Maria, Porfirea blij weer mee op Paasreis
348.6
Maria Valtorta:
'Hoe snel komt Nazareth nu dichterbij!
Na Kana, waar Susanna zich bij de andere vrouwen voegt,
met de oogst van haar land in manden en vazen,
en een hele wijnrank vol rode rozen, allemaal in knop, op het punt open te gaan,
"om aan Maria aan te bieden..." zegt ze.
"Ik ook, zie je?" zegt Johanna, terwijl ze een soort kist onthult,
waarin rozen en rozen liggen... tussen vochtig mos.
"De eerste en de allermooiste. Nog altijd niets
vergeleken bij Haar, de liefste!"
Ik zie dat elke vrouw proviand heeft meegebracht voor de Paasreis,
en daarbij sommigen deze bloem, anderen weer die plant voor Maria's tuin.
En Porfirea verontschuldigt zich, dat ze alleen een potje met kamfer heeft meegebracht,
prachtig met zijn kleine, blauwgroene blaadjes, die hun geur al bij aanraking verspreiden.
"Maria verlangde naar deze balsemplant..." zegt ze.
Maar ze prijzen haar allen, voor de weelderige schoonheid van het jonge plantje.
"O! Ik heb er de hele winter over gewaakt!
En het in mijn kamer beschermd tegen vorst en hagel.
Margziam hielp het me elke ochtend naar de zon te dragen,
en het elke avond weer op te halen...
En die lieve jongen, als er niet de boot en nu de kar waren geweest,
zou het op zijn schouders naar Maria hebben gedragen,
om haar en mij een plezier te doen!"
zegt de nederige vrouw.
Die steeds meer bemoedigd wordt door Johanna's goedheid,
en die dolblij is dat ze op weg is naar Jeruzalem,
en nog wel samen met de Meester,
en haar man, en haar Margziam.
"Ben jij er dan nog nooit geweest?"
"Elk jaar, zolang mijn vader leefde.
Maar daarna... ging mijn moeder niet meer...
Mijn broers zouden me wel hebben meegenomen,
maar ik was nodig voor de behoeften van mijn moeder
en zij wilde me niet laten gaan...
Daarna trouwde ik met Simon...
en mijn gezondheid was niet zo goed.
Simon moest veel reizen en was vermoeid...
Dus bleef ik thuis en wachtte op hem...
De Heer zag mijn verlangen...
en het was alsof ik een offer bracht in de tempel..."
zegt de zachtaardige vrouw.
En Johanna, die naast haar staat,
legt haar hand op haar prachtige vlechten
en zegt: "O Liefje!"
En in dat woord schuilt zoveel liefde,
zoveel begrip en zoveel betekenis.'
Reacties
Een reactie posten