gevallen vrouw is dood noch melaats, wel uitgehongerd
360.12
Maria Valtorta:
'Ze lopen erheen...
maar nieuwsgierigheid drijft ook de anderen die kant op.
Niet langer gehinderd door het water in het gebladerte,
dat van de schuddende takken op hun hoofd neerregent,
noch door het doorweekte mos,
klimmen ze de helling op om te kijken,
zonder dicht bij de vrouw te hoeven komen.
En ze zien Jezus zich bukken,
haar bij de oksels grijpen,
en haar tegen een rots neerzetten
Haar hoofd hangt alsof het dood is.
"Simon, draai haar hoofd naar achteren,
zodat Ik een beetje wijn in haar keel kan laten lopen!"
De Zeloot gehoorzaamt onbevreesd, en Jezus,
zijn keppel/pompoen/beker hoog houdend,
laat druppels wijn vallen
tussen haar geopende, bleke lippen.
En Hij zegt: "Ze is bevroren, de ongelukkige!
En ze is helemaal nat!"
"Als ze geen melaatse was, hadden we haar mee kunnen nemen
naar waar wij waren," zegt Andreas, vol medelijden met haar.
"Natuurlijk niet!" snauwt Judas.
"Maar ze is geen melaatse!
Ze heeft geen enkel teken van melaatsheid!"
"Ze heeft haar gewaad aan. Dat is genoeg!"
Ondertussen begint de wijn te werken.
De vrouw zucht vermoeid.
Jezus schenkt haar een slokje in de mond
en ziet haar slikken.
De vrouw opent haar ogen, troebel en angstig.
Ze ziet mensen!
Ze probeert op te staan en weg te rennen, schreeuwend:
"Ik ben besmet! Ik ben besmet!"
Maar haar kracht begeeft het.
Ze bedekt haar gezicht met haar handen,
en kreunt: "Gooi geen stenen naar me!
Ik ben naar beneden gekomen, omdat ik honger heb...
Niemand heeft me al drie dagen wat toegeworpen..."
"Hier is brood en kaas.
Eet. Wees niet bang.
Drink een beetje wijn uit Mijn hand!" zegt Jezus,
terwijl Hij een beetje wijn in Zijn hand schenkt en aan haar geeft.
"Maar bent u dan niet bang?"
vraagt de ongelukkige vrouw verbaasd.
"Ik ben niet bang," antwoordt Jezus.
En Hij glimlacht, staat op, maar blijft dicht bij de vrouw,
die gulzig het brood en de kaas eet.
Ze ziet eruit als een hongerig beest.
Ze hijgt zelfs van verlangen om te eten.'
Reacties
Een reactie posten