bij Sepphoris, hereniging met Thomas en Iskariot
CCCXXXIV
THOMAS EN JUDAS ISKARIOT SLUITEN ZICH OOK WEER AAN
BIJ DE APOSTOLISCHE GROEP
334.5
Maria Valtorta:
'"O jee! Wat moet Simon van Jona nu doen?
Hij rent vooruit en schreeuwt als een zaagbek op een stormdag?"
vraagt Jakobus van Zebedeüs, wijzend naar Petrus, die Jezus alleen heeft gelaten
en wegrent, woorden roepend die door de wind niet te horen zijn.
Ze versnellen hun pas, en zien dat Petrus een smal pad heeft genomen
dat vanuit het nu nabij gelegen Sepphoris [vlakbij Nazareth] komt
(aldus de discipelen, die zich afvragen of hij op bevel van Jezus
en via die kortere weg naar Sepphoris gaat...).
Maar als ze goed kijken,
zien ze dat de enige twee reizigers
die vanuit de stad naar de hoofdweg komen,
Thomas en Judas zijn.
"Kijk toch! Hier? Net hier? O! Wat doen die hier?
Vanuit Nazareth hadden ze toch zeker naar Kana
en dan naar Tiberias moeten gaan..."
vragen velen zich af.
"Misschien zochten ze discipelen. Dat was hun missie..."
zegt de Zeloot voorzichtig, die voelt dat argwaan
zijn kop opsteekt als een slang
in de harten van velen.
"Laten we opschieten! Jezus is alleen,
en lijkt op ons te wachten!..."
adviseert Matteüs.
Ze gaan en komen bij Jezus aan,
tegelijk met Petrus, Judas en Thomas.
Jezus is erg bleek,
zo bleek zelfs dat Johannes vraagt: "Voel Je Je niet goed?"
Maar Jezus glimlacht naar hem en schudt Zijn hoofd,
terwijl Hij de twee begroet die na lange afwezigheid zijn teruggekeerd.
Hij omhelst eerst Thomas, gezond en opgewekt als altijd,
die echter ernstig wordt als hij naar de Meester kijkt,
die zo duidelijk veranderd is, en bezorgd vraagt:
"Ben Je ziek geweest?"
"Nee, Thomas. Helemaal niet.
En was jij gezond en gelukkig?"
"Dat was ik, Heer!
Altijd gezond en altijd gelukkig.
Het enige wat ik miste, was Jij, om mijn hart gelukkig te maken.
Mijn vader en moeder zijn Jou dankbaar, dat Je mij een tijdje hebt gezonden.
Mijn vader was een beetje ziek, dus heb ik er gewerkt.
Ik bezocht mijn tweelingzus en ontmoette mijn neefje,
en ik liet hem de naam geven die Jij me had verteld.
Daarna kwam Judas, die mij liet zwerven als een tortelduif
in een tijd van liefde, op en neer, overal waar discipelen waren.
Hij had al heel wat rondgezworven, in zijn eentje.
Maar nu zal hij het Jou vertellen, want hij heeft voor tien gewerkt
en verdient het dat Je naar hem luistert."
Jezus laat hem gaan en het is de beurt aan Judas,
die geduldig heeft gewacht en nu naar voren treedt,
stoutmoedig, zelfverzekerd en triomfantelijk.
Jezus doorboort hem met Zijn saffierblauwe blik.
Maar kust hem en wordt door hem gekust, net zoals Thomas.
En de woorden die volgen zijn liefdevol: "En jouw moeder, Judas,
was ze blij jou te mogen ontvangen? Gaat het goed met die heilige vrouw?"
"Ja, Meester, en ze zegent Jou omdat Je Judas hebt gestuurd.
Ze wilde Jou geschenken sturen. Maar hoe had ik die kunnen dragen,
terwijl ik her en der over de heuvels en de dalen zwierf?"'
Reacties
Een reactie posten