Salome verschijnt ten tonele - wordt deur gewezen


-Salome met hoofd Johannes de Doper (Lovis Corinth)-


-Florentina Holzinger-

370.23

Maria Valtorta:

'Maar vanaf de binnentrap

springt een slank, gesluierd meisje op het terras.

Ze rent lichtvoetig als een vlinder naar Jezus,

en werpt daar haar sluier en mantel af,

valt aan Zijn voeten, en probeert die te kussen.


"Salome!" roept Chusas, en anderen met hem.

Jezus is zo heftig achteruit gedeinsd, om contact te mijden,

dat Zijn stoel omvalt, en daar maakt Hij gebruik van

om die tussen Zichzelf en Salome te plaatsen,

als een scheiding.


Zijn ogen zijn zo fosforescerend!

Zo angstaanjagend!


Salome, lichtzinnig en stout, vol overredingskracht, zegt:

"Ja, ik ben het. Die toejuichingen hebben het paleis bereikt!

Herodes stuurt een gezant, om U te vertellen dat Hij U wil zien.

Maar ik ben hem al voor geweest. Kom met mij mee, Heer!

Ik heb U zo lief en verlang zo naar U!

Ook ik ben een lid van Israël."


"Ga naar huis!"

"Het hof wacht op U, om U eer te bewijzen."


"Mijn hof is dit hier.

Ik ken geen ander, noch andere eerbewijzen!"

En Hij wijst met Zijn hand naar de armen die aan de tafels zitten.


"Ik breng er U geschenken voor.

Hier zijn mijn juwelen!"

"Die wil Ik niet."


"Waarom weigert U ze?"

"Omdat ze onrein zijn,

en voor een onrein doel gegeven.

Ga weg!"


Salome staat verbijsterd op.

Ze werpt een vluchtige blik op de Angstaanjagende, de Allerzuiverste,

die haar met een uitgestrekte arm en een vurige blik aankijkt.


Ze kijkt stiekem naar iedereen,

en ziet spot op hun gezichten,

of afschuw.







De Farizeeën staan ​​als versteend

en aanschouwen de indrukwekkende scène.

De Romeinse vrouwen durven naar voren te stappen

om beter te kunnen kijken.


Salome doet nog een laatste poging.

"U brengt zelfs melaatsen in Uw buurt..."

zegt ze, zachtjes en smekend.


"Die zijn ziek.

U bent een losbandige vrouw.

Ga weg!"


Het laatste "Ga weg!" is zo krachtig...

dat Salome haar sluier en mantel opraapt

en, voorovergebogen, naar de trap kruipt.


"Pas op, Heer!... Zij is machtig...

Ze zou Jou kwaad kunnen doen!"+

fluistert Chusas zachtjes.


Maar Jezus antwoordt de eerste die wordt verdreven

met luide stem, zodat iedereen het kan horen:

"Maakt niet uit. Ik word liever gedood

dan dat Ik een alliantie heb met zedeloosheid.

Het zweet van een losbandige vrouw,

en het goud van een hoer, zijn gif van de hel.

Een verbond uit lafheid met de machtigen is zonde.

Ik ben Waarheid, Zuiverheid en Verlossing.

En ik zwijg niet. Ga. Begeleid haar...'


'Ik zal de dienaren straffen die haar hebben laten passeren.'

"Jij zult niemand straffen.

Slechts één moet er gestraft worden. Zij.

En zij zal gestraft worden.

En laat zij het weten, en laten jullie het weten,

dat Ik haar gedachten ken en dat Ik ze verafschuw.

Laat de slang terugkeren naar haar hol.

Het Lam keert terug naar zijn tuinen."


Hij gaat zitten.

Hij zweet.

Hij zwijgt.'


26 jan.1946

Reacties

Populaire posts van deze blog

Maria wil graag Elise terugzien, haar maatje in de tempel

Martha vertelt hoe haar zus heen en weer wordt geslingerd

Maria Magdalena, serafijn nu, mag zalven en aanraken