arm, net huisje van oude vrouw wordt gezegend
411.7
Maria Valtorta:
'"Kom, moeder. Naar uw huis!
Moge dit graan u meer brood voor de ziel geven dan voor het lichaam.
Ik ben het ware Brood dat uit de hemel is neergedaald, om alle honger van het hart te stillen.
Jullie (Thomas en Jakobus hebben zich bij hen gevoegd met hun handvol), pak deze schoven op.
En laten we gaan!"
En alle drie gaan ze, beladen met aren, en Jezus volgt hen
samen met de kleine oma, die huilt en woorden van gebed prevelt.
Ze bereiken het kleine huisje.
Twee kleine kamers, een kleine oven, een vijgenboom, een kleine wijnrank.
Reinheid en armoede.
"Is dit uw toevluchtsoord?"
"Dit. Zegen het, Heer!"
"Noem me 'mijn zoon'!
En bid dat Mijn moeder getroost mag worden in haar verdriet,
u die weten wat het is, het verdriet van een moeder. Vaarwel, moeder!
Ik zegen u, in de naam van de ware God."
En Jezus heft Zijn hand op, en zegent het huisje.
En dan buigt Hij zich voorover, en omhelst de oude vrouw,
en houdt haar dicht tegen Zijn hart en kust haar op het hoofd,
dat bedekt is met enkele witte haren.
En zij huilt,
en streelt met haar lippen de handen van Jezus,
vereert hem, heeft hem lief... en het verdriet overweldigt mij.
Want ik denk aan mijn eigen moeder die bang voor Jou was, Jezus,
toen ze Jou zag... waarom bang voor Jou, Jezus?...'
Reacties
Een reactie posten