Petrus vraagt om ondersteuning in zijn rol als leider, en om liefdevolle bejegening van Judas
410.3 M. Valtorta: '"Oef! Ik heb meer gezweet tijdens het praten met hem dan tijdens het lopen... Wat een temperament! Maar kunnen we ooit iets van hem verwachten?" "Nooit, Simon. Mijn neef staat erop hem te houden. Maar... er zal nooit iets goeds uit voortkomen," antwoordt Judas Thaddeüs. "Het is pijn die we mooi onszelf aandoen!" mompelt Andreas, en hij besluit: "Johannes en ik zijn er bijna bang voor, en wij zwijgen altijd, uit angst voor weeral ruzies." "Dat is inderdaad de beste manier," zegt Bartholomeüs. "Ik kan niet zwijgen," bekent Thaddeüs. "Ik ben er ook slecht in... Maar ik heb een geheim ontdekt!" zegt Petrus. "Wat? Wat? Leer het ons!...", zeggen ze allemaal. "Door als een os aan de ploeg te wérken. Een nutteloze taak, misschien... Maar eentje die me helpt om mijn woede te uiten op... iets anders dan Judas!" "Ah! Ik begrijp het! Daarom heb jij die bomen op de weg naar bened...