apostelen laten zichzelf kennen
C
IN NAZARETH NAAR DE OUDE, ZIEKE ALFEÜS
-HET LEVEN VAN EEN APOSTEL IS NIET MAKKELIJK-
100.1
Maria Valtorta:
'Jezus is met zijn volgelingen in de prachtige heuvels van Galilea.
Om te ontkomen aan de nog steeds felle zon, ook al is die al aan het ondergaan,
lopen ze onder bomen, bijna altijd olijfbomen.
"Achter die stadsrand ligt Nazareth," zegt Jezus, "we zijn er zo!
Ik zeg jullie nu al dat we aan de grens van de stad uit elkaar gaan.
Judas en Jakobus zullen onmiddellijk naar hun vader gaan, zoals hun hart verlangt.
Petrus en Johannes zullen de aalmoezen aan de armen uitdelen,
die zeker bij de waterfontein zullen zijn.
Ik en de anderen gaan naar huis voor het avonmaal
en dan zullen we aan rust denken."
"Wij keren terug naar de goede Alfeüs [andere dan vader van Judas & Jakobus].
Dat hebben we hem vorige keer beloofd. Maar ik ga alleen maar gedag zeggen.
Ik geef mijn bed aan Matteüs, die is nog niet gewend aan ontberingen!"
zegt Filippus.
"Nee. Jij niet, jij bent oud. Ik sta het niet toe.
Ik heb tot nu toe een comfortabel bed gehad, maar wat een helse dromen had ik daar!
Geloof me, ik ben inmiddels zo vredig dat ik het gevoel heb tussen veren te slapen
zelfs als ik op de rotsen lig. Oh! Het is het geweten dat bepaalt of je slaapt of niet!"
antwoordt Matteüs.
Er ontstaat een wedstrijd in naastenliefde
tussen Matteüs en de discipelen Thomas, Filippus en Bartholomeüs,
die kennenlijk degenen zijn die de vorige keer in het huis van deze Alfeüs waren
(zeker niet de vader van Jakobus, want die spreekt tot Andreas, en zegt:
"Er zal altijd plek zijn voor jou, net als de vorige keer,
zelfs al is vader zieker.")
Thomas wint:
"Ik ben de jongste van de groep, ik geef mijn bed op, laat mij het doen, Matteüs.
Beetje bij beetje raak je eraan gewend. Denk je dat het zwaar op mij drukt?
Nee. Ik ben als een minnaar die denkt: 'Ik zal misschien wat hard liggen,
maar ik ben dicht bij mijn geliefde.'"
Thomas, een man van ongeveer 38 jaar, lacht vrolijk
en Matteüs geeft toe.
Op enkele meters afstand ligt Nazareth nu,
waar de eerste huizen staan.
"Jezus... wij gaan," zegt Judas.
"Gaan jullie, gaan jullie!"
De twee broers rennen bijna.
"Eh! Een vader blijft een vader," mompelt Peter.
"Ook al mokt hij, hij is nog steeds ons bloed, en het bloed trekt sterker dan een touw.
Trouwens... ik vind je twee neven leuk. Het zijn zeer goede mannen."
"Het zijn zeer goede mannen, inderdaad. En nederige mannen...
ze zijn zo nederig dat ze zichzelf niet eens bestuderen om vast te stellen hoe nederig ze zijn.
Ze hebben altijd het gevoel dat ze tekortschieten, omdat hun geest het goede in iedereen ziet,
behalve in zichzelf. Ze zullen het ver brengen..."'
Reacties
Een reactie posten