grotervaring: God-Moeder baart ons in de hemel
165.3
Maria Valtorta:
'"Laten we nu die andere zonen van Mij gaan wakker maken!" zegt Jezus
en Hij daalt af, want Zijn grot is de hoogste.
Hij gaat elke grot één voor één binnen, en roept de twaalf slapers bij naam.
Simon, Bartholomeüs, Filippus, Jakobus en Andreas antwoorden onmiddellijk.
Mattheüs, Petrus en Thomas pas later.
En terwijl Judas Thaddeüs, al klaar en goed wakker, Jezus tegemoet gaat zodra hij Hem bij de drempel ziet komen, slapen de andere neef, en met hem Iskariot en Johannes, vast, zo vast dat Jezus hen op hun bed van bladeren moet schudden om ze wakker te maken.
Johannes, de laatste die geroepen wordt, slaapt zo diep, dat hij zich niet kan herinneren wie hem roept, en in de nevelen van zijn half onderbroken slaap, mompelt hij met zijn lippen: "Ja, moeder. Ik kom meteen..." Maar draait zich dan weer om.
Jezus glimlacht, gaat op de ruwe stromatras zitten, gemaakt van bladeren die in het bos zijn verzameld, buigt zich voorover en kust Zijn Johannes op de wang. Die opent zijn ogen en is verbaasd Jezus daar te zien. Hij gaat met een ruk rechtop zitten en zegt: "Heb Je mij nodig? Hier ben ik."
"Nee. Ik heb je net als iedereen wakker gemaakt. Maar jij dacht dat Ik je moeder was. En daarom kuste Ik je, om te doen wat moeders doen."
Johannes, halfnaakt in zijn ondergoed, omdat hij zijn kleed en mantel als een deken heeft gebruikt, klampt zich vast aan Jezus' nek en zoekt bescherming, met zijn hoofd tussen diens schouder en wang, en zegt:
"O! Je bent veel meer dan mijn moeder, Jij!
Haar heb ik voor Jou verlaten.
Maar Jou, Jou zou ik nooit verlaten voor haar!
Zij heeft mij op de aarde gebaard.
Maar Jij baart mij in de hemel.
O! Ik wéét het!"'
Reacties
Een reactie posten