maar Aglaë ontmoette 'Godredt'...
168.6
Maria Valtorta:
'"Op een dag kwam er een man naar Hebron: dé Man, Uw Zoon.
Dat huis was Hem dierbaar. Ik wist het, en nodigde hem uit om binnen te komen.
Sjammai was er niet... en vanuit het raam had ik al woorden gehoord
en een gelaat gezien dat een schok gaf aan mijn hart.
Maar ik zweer U, o Moeder...
dat het niet het vlees was dat mij naar Uw Jezus dreef.
Het was iets wat Hij mij openbaarde, dat mij naar de drempel duwde,
de grappen van de menigte trotserend, om tegen Hem te zeggen: 'Kom binnen!'
Het was de ziel waarvan ik me toen bewust werd die te hebben.
Hij zei tegen mij:
'Mijn Naam betekent Redder...
Ik red al wie de goede wil tot verlossing heeft.
Ik red door te leren om rein te zijn, pijn te verkiezen boven oneer, het Goede tot elke prijs.
Ik ben Die die de verlorenen zoekt, die Leven geeft.
Ik ben Reinheid en Waarheid.'
Hij vertelde mij...
dat ook ik een ziel had.
En dat ik die met mijn manier van leven had gedood.
Maar Hij vervloekte me niet, Hij bespotte me niet.
En Hij keek me nooit aan!
De eerste man die me niet met een gulzige blik opzoog,
want ik draag de vreselijke vloek met me mee, mannen aan te trekken...
Hij vertelde mij...
dat wie Hem zoekt, Hem vindt.
Omdat Hij daar is waar een dokter en medicijnen nodig zijn.
En Hij ging weg.
Maar Zijn woorden waren hier.
En ze kwamen er nooit meer uit.
Ik zei tegen mezelf:
'Zijn Naam betekent Redder!...
alsof ik wilde beginnen met genezen.
Hij had mij Zijn Woorden, en Zijn herdersvrienden gelaten...
En ik zette de eerste stap, door hen aalmoezen te geven,
en hun gebed te vragen...
En daarna...
daarna vluchtte ik...
O! Heilig wegvluchten, deze keer!
Ik vluchtte voor de zonde, op zoek naar de Redder.
Ik ging op zoek. Zeker dat ik Hem zou vinden.
Omdat Hij me dat beloofd had.
Ze stuurden me naar een man die Johannes heette, alsof hij het was.
Maar die was het niet. Een Jood verwees me naar Aqua Speciosa...
Ik leefde van de verkoop van het vele goud dat ik bezat.
In de maanden dat ik rondzwierf, moest ik mijn gezicht bedekken,
om niet opnieuw gevangen te worden genomen,
en omdat Aglaë écht onder die sluier begraven lag.
De oude Aglaë was dood.
Daaronder lag haar gewonde en bloedeloze ziel,
op zoek naar haar dokter.
Vaak moest ik ontsnappen
aan de lust van een man die me achtervolgde,
al was ik nog zo onzichtbaar onder mijn kleren,
zelfs een van de vrienden van Uw Zoon..."'
Reacties
Een reactie posten