Petrus moet kinderloos blijven (Jezus jaloerse echtgenoot)
191.4
M. Valtorta:
'"Maar... aan wie wil Je hem geven?"
vraagt Petrus, terwijl hij aan Jezus' mouw trekt.
"Aan Lazarus, ook deze?"
"Nee, Simon. Maar er zijn zoveel kinderlozen..."
"Dat ben ik ook..."
Petrus' gezicht lijkt te verstrakken van verlangen.
"Simon, ik heb het jou gezegd:
jij moet de 'vader' zijn van alle kinderen die Ik jou als erfenis nalaat.
Maar jij mag niet aan een van je eigen kinderen geketend zijn.
Kwel jezelf niet.
Je bent te noodzakelijk voor de Meester
om door de Meester van Zichzelf te worden onthecht voor een genegenheid.
Ik ben veeleisend, Simon. Ik ben veeleisender dan een jaloerse echtgenoot.
Ik hou met bijzondere voorliefde van je, en wil je allemaal voor Mij en van Mij."
"Goed, Heer... Goed... Laat het gebeuren zoals Jij het wilt."
De arme Petrus is heldhaftig in zijn instemming met deze Wil van Jezus.
"Hij zal het kind zijn van Mijn opkomende Kerk. Goed? Van iedereen en van niemand.
Hij zal 'onze' zoon zijn. Hij zal ons volgen wanneer de afstanden het toelaten,
of hij zal zich bij ons voegen, en zijn pleegvaders zullen de herders zijn,
zij die 'hun' kindje Jezus in alle kinderen liefhebben.
Kom hier, jongen. Hoe heet je?"
"Jabes, zoon van Johannes, en ik kom uit Judea," zegt de jongen vol vertrouwen.
"Ja. Wij zijn Judeeërs," bevestigt de oude man.
"Ik heb gewerkt in de streek van Doras in Judea,
en mijn dochter was getrouwd met iemand uit die streken.
Hij werkte in de bossen bij Arimathea, en deze winter..."
"Ik heb het ongeluk gezien."
"Het kind werd gered omdat hij die nacht bij een verre verwant was...
Hij heeft echt zijn naam waargemaakt, Heer! Ik zei onmiddellijk tegen mijn dochter, toen:
'Waarom? Herinner jij je die oude naam niet meer?'... Maar haar man wilde hem zo noemen,
en Jabes werd het."
De jongen zal de Heer aanroepen,
en de Heer zal hem zegenen en zijn terrein vergroten,
en de Hand van de Heer is op zijn hand, en geen kwaad zal hem meer treffen....
De Heer zal hem dit verlenen,
zodat hij jou, vader, en de geesten van de doden
én de weesjongen kan troosten."'
Reacties
Een reactie posten