Margziam staat voor de Kerk (kind van Maria en Petrus)
199.6
Maria Valtorta:
'"En laten we dan nu naar Mijn Moeder gaan!" zegt Hij tegen de apostelen.
"Maar waar is ze?" vragen velen.
"In een huis dat Johannes kent: het huis van het meisje dat vorig jaar genezen is."
Ze gaan de stad in,
lopen door een groot deel van de dichtbevolkte wijk Ophel,
tot ze bij een klein wit huis komen.
Hij gaat met Zijn lieve groet het huis binnen, waarvan de deur op een kier staat,
en daaruit komen de lieve stem van Maria, de zilveren stem van Anna-Lea
en de luidere stem van haar moeder.
Het meisje werpt zich neer in aanbidding,
haar moeder knielt.
Maria staat op.
Ze zouden de Meester graag bij Zijn Moeder willen houden.
Maar Jezus, die belooft een andere dag terug te komen, zegent hen en neemt afscheid.
-
Petrus vertrekt blij met Maria.
Ze houden beiden het kind bij de hand en lijken een gelukkig gezin.
Velen kijken naar hen. Jezus kijkt hen glimlachend na.
"Simon is gelukkig!" roept de Zeloot uit.
"Waarom lach Jij, Meester?" vraagt Jakobus van Zebedeüs.
"Omdat Ik grote belofte in die groep zie."
"Wat, Broer/Neef? Wat zie Je?" vraagt Thaddeus.
"Ik zie dit:
dat Ik vredig zal kunnen heengaan, als de tijd rijp is.
Ik hoef niet bang te zijn voor Mijn Kerk.
Dan zal ze klein en broos zijn, net als Margziam.
Maar Mijn Moeder zal er zijn, om haar hand net zo vast te houden, en haar Moeder te zijn.
En Petrus zal haar vader zijn.
In zijn eerlijke en eeltige hand, kan ik zonder zorgen de hand van mijn ontluikende Kerk leggen.
Hij zal haar de kracht van zijn bescherming geven.
Mijn Moeder de kracht van haar liefde.
En de Kerk zal groeien... zoals Margziam...
Hij is waarlijk het symbolische kind!
God zegene Mijn Moeder, Mijn Petrus,
en hun en ons kind!
Laten we nu naar Johanna gaan..."
Reacties
Een reactie posten