Isaak wil graag naar Syrofenicië - waar op purperslak wordt gevist
CCL
TOT DE DISCIPELEN DIE MET ISAAK MEEKWAMEN
-GELIJKENIS VAN DE MODDER DIE VLAM VAT-
--HET OFFER VAN JOHANNES VAN ENDOR--
250.1
M. Valtorta:
Het is precies aan de oevers van de diepe stroom,
dat Jezus Isaak vindt met vele bekende en onbekende discipelen.
Onder de bekenden zijn:
Timoneus, overste van de synagoge van Aqua Speciosa;
Jozef, de man die in Emmaüs van incest werd beschuldigd;
de jongeman die de uitvaart van zijn vader verliet om Jezus te volgen;
Abel, de melaatse, die een jaar eerder bij Korazim werd genezen, met zijn vriend Samuel;
de veerman van Jericho, Salomon;
en nog vele anderen, die ik herken,
maar van wie ik de namen absoluut niet meer weet,
noch waar ik ze eerder heb gezien.
Bekende gezichten, en nu zijn het er veel,
allen bekend als discipelen.
En daarnaast de anderen,
veroveringen van Isaak of van de eerdergenoemde discipelen zelf,
die de hoofdgroep volgen in de hoop Jezus te vinden.
De ontmoeting is hartelijk, vreugdevol en eerbiedig.
Isaak straalt van vreugde bij het zien van de Meester,
en bij het tonen van zijn nieuwe kudde,
en als beloning vraagt hij Jezus om een woord te spreken
voor de menigte die hij bij zich heeft.
"Ken jij een rustige plek waar we samen kunnen komen?"
"Aan het einde van de baai is een verlaten strand,
waar vissershutten staan, leeg in dit seizoen
omdat ze ongezond zijn en omdat het seizoen voor het zouten van vis voorbij is,
en ze naar Syrofenicië zijn om op purperslak te vissen.
Velen van hen geloven al in U,
nadat ze U in de kuststeden hebben horen spreken of er discipelen hebben getroffen,
en ze hebben mij hun huisjes ter beschikking gesteld om te rusten.
We keren daar terug na een missie.
Want er is veel te doen aan deze kust.
Die is volledig verdorven, door zoveel dingen.
Ik zou naar Syrofenicië willen,
en dat zou ik over zee kunnen doen,
want de kust is te heet om het te voet te doen.
Maar ik ben een herder, geen zeeman,
en onder hen is er niemand die kan zeilen."
Jezus, aandachtig luisterend, met een lichte glimlach,
lichtjes gebogen, zo lang als hij is voor de kleine herder,
die als een soldaat alles aan zijn generaal rapporteert,
antwoordt:
"God helpt jou, vanwege je nederigheid.
Als ik hier bekend ben, dan is dat door joú, discipel, niet door anderen.
Nu zullen we aan die van het meer vragen of ze zin hebben om over zee te varen,
en dan zullen we, als het kan, naar Syrofenicië gaan!"'
Reacties
Een reactie posten