Johannes herkent nabij Magdala plek van krachtige inwijding
241.5
Maria Valtorta:
'Daar ligt Magdala aan de rand van het meer,
met de opkomende zon voor zich, de berg Arbela achter zich,
die haar beschermt tegen de wind, en de smalle, ruige en wilde vallei,
waar een beek het meer in stroomt, die zich naar het westen uitstrekt met zijn steile oevers,
vol van een fascinerende en strenge schoonheid.
"Meester!" roept Johannes vanuit de andere boot,
"daar is de vallei van onze retraite!..."
En zijn gezicht straalt,
alsof er een zon in hem is opgegaan.
"Onze vallei, ja.
Je hebt hem goed herkend."
"Je kunt de plaatsen niet vergeten
waar je God hebt gekend!"
antwoordt Johannes.
"Dan zal ik me dit meer altijd herinneren! [zegt Maria Magdalena]
Want daar heb ik U ontmoet. Weet je, Martha, dat ik hier...
de Meester hier op een ochtend heb gezien?..."
"Ja, en we zijn bijna allemaal vergaan toen, jullie en wij.
Vrouw, geloof me, je roeiers waren geen cent waard!"
zegt Petrus, die probeert aan land te komen.
"Noch de roeiers, noch zij die bij hen waren, waren iets waard...
Maar het was toch de eerste ontmoeting, en die is van grote waarde!
En daarna zag ik U op de berg, en later in Magdala, en later weer in Kafarnaüm...
Zoveel ontmoetingen, zoveel gebroken ketenen...
Maar Kafarnaüm was de mooiste plek.
Daar hebt U mij bevrijd..."'
Reacties
Een reactie posten