vlakbij Ptolemaïs, samen uitkijkend over zee
333.3
Valtorta:
'"Johannes! Geef dat lam aan een metgezel,
en kom kijken naar de zee vanaf de top van die zandruggen!
Ik ga ook mee!"
Inderdaad lopen ze nu op een weg vlak langs de zee,
er slechts van gescheiden door een brede strook van glooiende duinen,
waarop slanke palmbomen wuiven of wilde tamariskbomen,
mastiekbomen en andere zandplanten.
Jezus gaat met Johannes mee.
Maar wie blijft zonder Hem achter? Niemand!
En al snel zijn ze allen daar boven, in de prachtige, wolkenloze zon,
uitkijkend over de serene, glimlachende zee...
De stad Ptolemaïs is vlakbij, met haar witte huizen.
"Zullen we er naarbinnen gaan?" vraagt Judas aan Alfeüs.
"Hoeft niet. We stoppen om te eten bij de eerste huizen.
Ik wil 's avonds in Sicaminon zijn, misschien vinden we er Isaak wel."
"Wat een goed werk doet hij toch, hè?
Heb je van Abel, Johannes en Jozef gehoord?"
"Ja. Maar álle discipelen zijn zeer ijverig.
Ik prijs Mijn Vader hiervoor, dag en nacht. Jullie allemaal...
Mijn vreugde, Mijn rust, Mijn zekerheden..."
En hij kijkt hen aan met zoveel Liefde
dat de tien tranen in de ogen springen...
Het is door deze blik van Liefde
dat ik mijn gezichtsvermogen verlies.'
Reacties
Een reactie posten