transfiguratie op berg Tabor 6
349.9
Maria Valtorta:
'...En het is Petrus die, na een korte pauze, zegt:
"Ach Heer!
Ook ik zeg, net zoals Je Moeder gisteren: 'Waarom heb Je ons dit aangedaan?'...
En bovendien zeg ik: 'Waarom heb Je ons dit verteld? Jouw laatste woorden...
hebben de vreugde van de glorieuze aanblik uit onze harten gewist!
Dit is een dag van grote angst!
Eerst waren we bang voor het grote licht dat ons wekte,
sterker dan wanneer de berg in brand zou staan,
of als de maan voor onze ogen was neergedaald
om te schijnen op het plateau.
Dan Jouw verschijning,
en de manier waarop Je de aarde verliet,
alsof Je op het punt stond weg te vliegen.
Ik was bang dat Jij, walgend van de goddeloosheid van Israël,
naar de hemel zou terugkeren, misschien wel op bevel van de Allerhoogste.
Daarna was ik bang door Mozes te zien verschijnen,
die de zijnen destijds niet meer zonder sluier kon aankijken,
zo helder scheen de weerspiegeling van God op zijn gezicht,
en toen was was nog steeds mens, terwijl hij nu een geest is,
gezegend en ontvlamd van God.
En Elia...
Goddelijke genade!
Ik dacht dat mijn laatste moment was aangebroken,
en alle zonden van mijn leven, van het moment dat ik als kind fruit uit de voorraadkast stal,
tot het moment dat ik Jou enkele dagen geleden een fout advies gaf,
kwamen terug in mijn gedachten.
Met wat een beven had ik er spijt van!
Toen leek het me, dat die twee rechtvaardigen van me hielden...
en ik durfde te spreken.
Maar hun liefde maakte me ook bang,
omdat ik de liefde van zulke geesten niet verdien.
En daarna... daarna!...
De angst der angsten! De Stem van God!...
Jehova die gesproken heeft!
Tot ons!
Hij zei ons: "Luisteren jullie naar hem!"... Jij.
En hij verkondigde Jou als 'Zijn geliefde Zoon,
in wie Hij Zijn welbehagen heeft'...
Wat een angstaanjagende woorden.
Jehovah!... voor ons!...
Voorwaar, alleen Jouw kracht heeft ons in leven gehouden!...
Toen Jij ons aanraakte, en Je vingers brandden als vurige punten,
was ik doodsbang!
Ik geloofde dat het uur van mijn oordeel was aangebroken,
en dat de Engel mij aanraakte, om mijn ziel mee te nemen
en naar de Allerhoogste te brengen...
Maar hoe heeft Jouw Moeder dat uur,
waar Jij gisteren over sprak, kunnen zien... voelen... beleven, kortom,
zonder te sterven... zij die alleen was, jong, zonder Jou?"
"Maria, de Onbevlekte, kon niet bang zijn voor God.
Eva was niet bang voor Hem, toen ze nog onschuldig was.
En Ik was daar...
Ik, de Vader en de Geest,
Wij, die in de hemel en op aarde en overal zijn,
en die onze tent in het hart van Maria hadden!"
zegt Jezus lieflijk.
"Welwel! Welwel!...
Maar toen sprak Jij over de dood…
En alle vreugde was meteen weg...
Maar waarom dit alles, voor ons drieën?
Was het niet goed, om iedereen dit visioen van Jouw heerlijkheid te geven?”
"Net omdat jullie geschokt zijn bij het horen over de dood
- en dood door marteling - van de Zoon des Mensen,
wilde de Mens-God jullie voor dat uur en voor altijd sterken
met de voorkennis van wat Ik na de dood zal zijn.
Onthoud dit alles, om het te zijner tijd te vertellen…
Hebben jullie dat begrepen?"
"O ja, Heer.
Het is onmogelijk om dit te vergeten.
En het zou nutteloos zijn om het te vertellen.
Ze zouden ons 'dronken' noemen."'
Reacties
Een reactie posten