Jezus neemt stervende Jona mee naar Maria
109.11 Maria Valtorta: '"Waar is Jona? Laat een bediende Mij onmiddellijk naar hem toebrengen. Ik heb voor hem betaald en omdat hij voor u een handelsartikel is, een machine, beschouw Ik hem ook als zodanig; en dan heb Ik hem gekocht, en wil Ik hem." Doras neemt een gouden fluitje van zijn borst en blaast er drie keer op. Van alle kanten komen er groepjes dienaren van het huis en van het land tevoorschijn. Ze rennen, zo gebogen dat ze bijna kruipen, recht op de gevreesde meester af. "Breng Jona naar deze man en lever hem uit. Waar ga U heen?" Jezus antwoordt niet eens. Hij loopt achter de bedienden aan, die door de tuin naar de hutten van de boeren zijn gerend, de smerige holen van de arme landarbeiders. Ze gaan het hutje van Jona binnen. Die is inmiddels een skelet geworden en hijgt, halfnaakt, van de koorts, op het rieten rek, waarop een versteld gewaad als matras dient, en een nog meer gescheurde mantel als deken. De jonge vrouw van eertijds verzorgt hem, zo ...