Jezus geneest zowel jood Marcus, als niet-jood Jona
(James Tissot) 329.4 Maria Valtorta: 'Bij de poort van de drie broers staat een menigte mensen rond Jezus, die duidelijk zichtbaar is door Zijn lange gestalte. Plots klinkt er geroep, en de mensen raken in beroering. Sommigen rennen weg van de markt, terwijl een deel van de menigte naar het plein rent en verder. Vragen... antwoorden... "Wat is er gebeurd?" "Wat is er aan de hand?" "De man uit Israël heeft de oude Marcus genezen!" "De sluier van zijn ogen is verdwenen." Intussen is Jezus de binnenplaats opgekomen, gevolgd door een menigte mensen. Aan het einde loopt een van de bedelaars, een kreupele die zich meer met zijn handen dan met zijn benen voortbeweegt, mank. Maar hoewel zijn benen krom en zwak zijn, zodat hij zonder krukken niet vooruit kan komen, is zijn stem des te krachtiger! Ze klinkt als een sirene die de zonnige ochtendlucht doorboort: "Heilige! Heilige! Messias! Rabbi! Heb medelijden met mij!" schreeuwt hij ademloos ...