herders beginnen relaas van kerstnacht - apostelen blij: eíndelijk!
136.5
Maria Valtorta:
'De maaltijd begint.
Drie herders zijn in het begin wat in de war
– terwijl Isaak al meer zelfvertrouwen heeft en Jonathan geen ongemak toont –
maar ze worden steeds meer aangemoedigd naarmate de maaltijd vordert,
en na eerst gezwegen te hebben, beginnen ze te spreken.
En waar hebben ze het anders over
dan over hun herinneringen?...
"We hadden ons net teruggetrokken," zegt Levi.
"En ik had het zo koud, dat ik mijn toevlucht zocht onder de schapen,
huilend van verlangen naar mijn moeder..."
"Ik dacht in plaats daarvan aan de jonge moeder
die ik kort daarvoor had ontmoet, en dacht bij mezelf:
"Zal zij een plek gevonden hebben?"
Had ik maar geweten dat ze in een stal was!
Ik zou haar naar de stal gebracht hebben!
Maar ze was zo zachtaardig – een lelietje van dalen –
dat het voor mij als een belediging voelde
om haar te zeggen: "Kom bij ons."
Maar ik dacht aan haar...
en ik voelde de kou nog meer
terwijl ik eraan dacht hoeveel zij wel moest lijden.
Herinnert jij je het licht die avond? En je angst?"
"Ja... maar toen... de engel... Ooh!..."
Levi, een beetje dromerig, glimlacht
bij de herinnering aan hem.
-
"Oh! Luister eens even, vrienden.
Wij weten er maar weinig van, en ook nog eens slecht.
Wij hebben gehoord van engelen, van kribben, van kudden, van Bethlehem...
En wij weten dat Hij een Galileeër en een timmerman is...
Het is niet eerlijk dat wij dit niet weten!
Ik vroeg het de Meester bij het Speciosa Water...
maar toen hadden we het ineens over iets anders.
Deze man hier, die het weet, heeft mij helemaal niets verteld...
Ja, ik spreek tot jou, Johannes van Zebedeüs.
Wat een groot respect hebt jij voor de ouderen!
Jij houdt alles voor jezelf, en laat mij opgroeien tot een domme discipel.
Ben ik nog geen domkop genoeg, vanzelf?"
Ze lachen om Petrus' goedmoedige verontwaardiging.
Maar hij wendt zich tot de Meester: "Ze lachen. Maar ik heb gelijk!"
en dan tot Bartholomeüs, Filippus, Mattheüs, Thomas, Jakobus en Andreas:
"Kom op, zeg het ook, protesteer met mij! Waarom weten wij helemaal niets?"
"Waarlijk... waar waren jullie toen Jona stierf?
En waar in Libanon?
"Je hebt gelijk.
Maar bij Jona dacht ik, ik tenminste, dat het de waanzin van een stervende was,
en op de Libanon... was ik moe en slaperig. Vergeef mij, Meester...
maar het is de waarheid."
"En het zal de waarheid van velen zijn!
De wereld van de geëvangeliseerden zal zich vaak moeten verantwoorden voor de eeuwige Rechter,
om hun onwetendheid te verontschuldigen óndanks de leer van Mijn apostelen,
en zal antwoorden zoals jij nu zegt: "Ik dacht dat dat het ijlpraat was...
Ik was moe en slaperig..."
En vaak zullen ze de waarheid niet toegeven, omdat ze het zullen verwarren met delirium,
en zullen ze zich de waarheid niet herinneren, omdat ze moe en slaperig waren,
doordat ze teveel nutteloze, vergankelijke, zelfs zondige dingen hebben.
Slecht één ding heb je nodig: God kennen!"
-
"Nou, nu Je ons verteld hebt wat goed voor ons is,
vertel ons dan hoe het was... aan Jouw Petrus.
Dan vertel ik het aan de mensen.
Zo niet... ik zei het toch: wat kan ik dan zeggen?
Ik ken het verleden niet, ik kan de Profetieën en het Boek niet verklaren,
de toekomst... oh! arme ik! Wat evangeliseer ik dan?"
"Ja, Meester! Laat het ook ons weten...
Wij weten dat Jij de Messias bent en geloven dat.
Maar ik in ieder geval moest er moeite mee hebben
om toe te geven dat er iets goeds uit Nazareth kon komen…
Waarom heb Je mij niet meteen over je verleden verteld?"
zegt Bartholomeüs.
"Om jouw gelóóf te testen,
en de helderheid van je geest."'
Reacties
Een reactie posten